Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

berber - (vloerkleed)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

berber zn. ‘vloerkleed’
Nnl. Berber ‘lid van de oorspr. bevolking van de Noord-Afrikaanse Maghreb’, Berbers (mv.) [1862; WNT assegaai], berber, berberkleed [1984; Dale].
Ontleend aan Frans Berbère ‘Berber, berbertaal’, via het Spaans < Arabisch barbarī ‘Berber, niet-Arabisch-sprekende’. Het Arabische woord is van omstreden oorsprong. Verband met Grieks bárbaros ‘vreemdeling, onbeschaafd mens, niet-Griek’, zie → barbaar wordt vaak gelegd en lijkt ook wel voor de hand te liggen, maar is nooit echt overtuigend bewezen.

EWN: berber zn. 'vloerkleed' (1862)
ANTEDATERING: het land der Berbers [1786; Historie 16, 685]
Later: Berber tapijt 'tapijt van berberwol' [1968; Nieuwsblad van het Noorden (Lw) 29/3] (EWN: 1984); de Berbers, die steeds meer in de mode komen (over tapijten) [1969; Gorcumse courant (GC) 14/3] (EWN: 1984)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

Berber [lid van het Noord-Afrikaans volk der Imazighen (‘Vrijen’)] {1863} < arabisch barbar < grieks barbaros (vgl. barbaar).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

Moor, Moriaan [volkerennaam]. Moor komt van het Latijnse Maurus; de Mauri waren de bewoners van het noordwestelijk gedeelte van Afrika, dat tegenover Spanje ligt en thans door Marokko en Algerije wordt ingenomen. Door de Arabieren onderworpen en tot de islam bekeerd, smolten de Moren enigermate met hun overheersers tezamen, maar staken later het hoofd weer meer zelfstandig op, zodat de strijd die de christenen van Spanje en Portugal te voeren hadden om zich van hun moslimse, steeds uit Afrika ondersteunde, overheersers te bevrijden, veelal als een strijd tegen de Moren beschouwd wordt.

In hoofdzaak zijn de oude Mauri hetzelfde volk dat later door de Arabieren Berbers werd genoemd, een naam ontleend aan het oude, klassieke barbaren. In een nadere ontleding van de stammen die onder de namen Moren en Berbers worden begrepen, kan ik hier niet treden. Men zie het voortreffelijke artikel van prof. De Goeje over de Berbers, in De Gids van 1867, deel III, p. 13.

De naam van Moren kreeg bovendien in tweeërlei richting een uitbreiding. De donkere huidskleur van de Moren, ofschoon op verre na niet zo zwart als die van de negers, was oorzaak dat zij in de voorstelling van de Europeanen met de overige donkerkleurige en zwarte rassen van Afrika samensmolten en Moor of Moriaan als synoniem met Zwarte of Neger werd gebruikt. Vandaar in het Engels blackamoor; vandaar dat Othello ‘the Moor of Venice’ heet; vandaar onze spreekwijze ‘de Moriaan wassen’ of ‘schuren’ voor vergeefs werk doen. Speciaal wordt nog in de Statenvertaling van de bijbel de naam van Moren gegeven aan de Cuschieten of Ethiopiërs, een vanouds beroemde zwarte of donkerkleurige natie, wier rijk zich over het tegenwoordige Nubië en Abessinië uitstrekte.

De tweede uitbreiding van het gebruik van de naam Moor had haar oorsprong niet zozeer in overeenkomst van huidskleur, maar in overeenkomst van belijdenis. De Moren, met wie de bewoners van het Iberisch schiereiland eeuwenlang in oorlog hadden geleefd, waren niet alleen vijanden van hun vrijheid maar ook van hun godsdienst. De Spanjaarden en Portugezen streden voor het Kruis tegen de Halve Maan. Toen hun ontdekkingstochten hen naar Malabar en Koromandel voerden, vonden zij ook daar een groot aantal belijders van de islam, op wie ze de naam van Moros of Moren overbrachten, en van de Portugezen leerden ook de Nederlanders het gebruik om de Indische mohammedanen Mooren te noemen. Zo zegt bijvoorbeeld Valentijn, ‘Choromandel’, p. 108: ‘Behalve de Heydenen heeft men hier te lande ook zeer veel Mooren of Mohammedanen, die mettertijd ook meesters van het land geworden zijn.’ Maar dit gebuik werd door ons hoofdzakelijk beperkt tot de moslims van het vasteland van Indië. Vergelijk Pijnappel, Geographie van Nederlandsch-Indië, tweede druk, p. 59. Zo is het althans in onze dagen, maar bij vroegere schrijvers werd ook wat op Java mohammedaans is niet zelden Moorsch genoemd. Zo leest men bijvoorbeeld in Batavia in derzelver gelegenheid, deel I, p. 19, van de Moorsche landvoogd van Japara; p. 22, van de Moorsche lijfwacht van de Soesoehoenan, in tegenstelling tot de Europese wacht hem toegevoegd; p. 23 van de Moorsche tempel (dat is de moskee) van Toeban, enz. Doch van de Javanen als Moren te spreken, is thans geheel in onbruik geraakt. [V]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

Berber (Arabisch barbar)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut