Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bepalen - (beperken, vaststellen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bepalen ww. ‘beperken, vaststellen’
Mnl. bepaelt (verl.deelw.) ‘van palen voorzien, met palen versterkt’ [1283; CG I, 735], bepa(e)len ‘met grenspalen afzetten’ [1417; MNHWS], ‘omschrijven’ [1447; MNHWS]; vnnl. bepalen ‘in grammaticale zin bepalen’ [1628; Ampzing]; nnl. bepalen ‘vastleggen, beslissen’ [1737; WNT], ‘determineren’ [1784-85; WNT], (taalk.) ‘als bepaling dienen bij of voor’ [1857; Bomhoff].
Gevormd uit → be- en het zn.paal ‘pijler’.
Reeds in het Middelnederlands vindt de voor de hand liggende overgang plaats van letterlijk, concreet ‘door middel van palen de grenzen vastleggen’ naar abstract ‘begrenzen, aangeven waar het over gaat’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bepalen [vaststellen] {1283} in de betekenis ‘met palen afzetten, vaststellen’, van paal1.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bepalen ‘vaststellen’ -> Fries bepale ‘vaststellen’;? Duits dialect bepalen ‘vaststellen’; Papiaments † bepaal ‘vaststellen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bepalen vaststellen 1704 [Hannot&Hoogstraten]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1752. Het beste paard struikelt wel eens,

d.w.z. ook de beste kan wel eens iets verkeerds doen; syn. van: aan een goed visscher ontglipt wel een aalSuringar, Erasmus, LIV; Harreb. III, 97.; een goed schutter schiet wel misR. Visscher, Blaeuwe Scheen, vs. 193-199.; de beste breister laat wel eens een steek vallenHarreb. I, 89; Nkr. VIII, 13 Juni p. 2.; een wijze hen legt wel een ei in de brandnetels of in 't rietHarreb. I, 176; Starter, 77; Breuls, 91; Wander II, 803; 806.; een goed schipper zeilt wel eens tegen een paal (Tuinman II, 10); een goed Seeman werd wel eens nat (Winschooten, 245); de beste kaatser slaat wel eens den bal mis (Ndl. Wdb. VII, 778). Zie De Brune, 356:

 Gheen peerd besleghen oyt zoo wel,
 Dat niet en struyckelt door verstel.

en blz. 395:

 Een kloeck en wel besleghen paerd,
 Dat struyckelt wel op effen aerd.

Te vergelijken hiermede is Goedthals, 104: een peert heeft vier voeten, ende geraeckt wel te vallene; Campen, 89: het struyckelt ofte valt wel een Peert, heft vier voeten. Ick swyghe dan een mensche, die mer twee voeten heft; Spieghel, 269. Zie verder Bebel, no. 241; Leeuwendalers, vs. 1292; Taalgids IV, 272; V, 185-186; Harreb. II, 162; Eckart, 404; Wander III, 1281, waar deze spreekwijze uit zeer vele talen wordt aangehaald; Rutten, 171: een peerd heeft vier voeten en dat tjobbelt (struikelt) wel eens, iedereen mist; Tuerlinckx, 497: I peäd mistredt hum wel inne kiër, en da's zoeë in groeëte biëst, elkeen kan missen; Waasch Idiot. 511 b: peerden vallen ook, al hebben ze vier pooten; Antw. Idiot. 945; Afrik. n perd het vier bene en hy struikel ook; in het fri.: in hynsder mei fjouwer poaten stroffelt wol ris; fr. il n'y a si bon cheval qui ne bronche (quelquefois); hd. das beste Pferd stolpert (und hat doch vier Beine); eng. it's a good horse that never stumbles.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut