Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

benedictie - (zegening)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

benedictie [zegening] {1236} < chr. latijn benedictio [zegen, lofprijzing, dankzegging], van bene dicere [goed spreken, woorden van goede voorbetekenis spreken, loven, zegenen], van bene [goed] + dicere [zeggen].

Thematische woordenboeken

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

benedicite, benedictie, benedictus, benedistus, benedyste. Dit woord, dat ontleend is aan de rooms-katholieke eredienst en ‘dankgebed’ betekent, werd van de 14de tot in de 17de eeuw regelmatig gebruikt om iemands woorden kracht bij te zetten. Eigenlijk is het een verkorting van benedictus Deus omnipotents ‘Heilige, Gezegende God’. Het Benedictus was de lofzang van Zacharias (Lucas i: 68-79). De meeste katholieken kenden het als het vervolg van het Sanctus (naar Psalm 118: 26). IJdel gebruik ervan kon de gelovigen zeer diep treffen. Als varianten komen voor: benedicyte, benedyste, benedystes en benedistus. Ook overgeleverd zijn: benedyste Dominus, benedictus, benedictie en benedictye. Aldus De Baere (1940: 124-125).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

benedictie zegening 1236 [CG I1, 24] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut