Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

beneden - (op een lager gelegen plaats), (onder)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

beneden bw. ‘op een lager gelegen plaats’, vz. ‘onder’
Mnl. beneden ‘beneden’ [1236; CG I, 29], daer beneden (bw.) ‘daar beneden; daaronder’ [1290; CG II, En.Cod.]; nnl. beneden (vz., bw.).
Gevormd met het Proto-Germaanse voorvoegsel *bi- (zie → bij 1) bij *niþana ‘beneden’, een vorm die nog voorkomt in mnl. neden(e) ‘(naar) beneden’ [14e eeuw; MNW].
Met voorvoegsel komt dit woord alleen in de Noordzee-Germaanse dialecten voor: mnd. beneden; ofri. binitha; oe. beneoðan, beniðan (ne. beneath). Zonder voorvoegsel: os. nithana (nnd. dial. ne(d)en); ohd. nidana; ofri. nida; oe. neoðan, niðan, neoðane; on. neðan (nzw. nedan). Het achtervoegsel *-ana gaf oorspr. richting aan. Met een ander achtervoegsel is neder, → neer gevormd, zie aldaar voor niet-Germaanse verwanten.
Op dezelfde manier zijn de voorzetsels/bijwoorden → boven, → binnen, → buiten gevormd, ook met alleen Noordzee-Germaanse cognaten. Het Middelnederlands had nog bachten (zie → achter), nu nog plaatselijk in West-Vlaamse dialecten. In de analoog gevormde woorden bezuiden, benoorden etc. is de -e- niet gesyncopeerd.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

beneden* [onder, lager] {benede(n) 1236} oudfries binitha, middelengels benethe, beneothen, samengesteld van be- + middelnederlands neden [naar beneden, beneden], oudengels neoþan [beneden].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

beneden bw., mnl. benēden, mnd. benēden ‘beneden, onder’, ofri. binitha, oe. beneoðan, beniðan ‘beneden, onder’. Het is met het praefix be- gevormd van een germ. *niþana, vgl. mnl. nēden, ohd. nidana, os. nithana, owfri. nida, oe. neoðan, niðan, on. neðan, evenals neder afgeleid van een stam *ni vgl. gr. neíatos, néatos ‘onderste’, neíothi ‘onder’, osl. nizŭ ‘naar beneden, onder’, arm. ni ‘neder’ (IEW 312). — Voor de formatie van het woord zie ook: binnen, boven en buiten.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

beneden bijw. en voorz., mnl. benēden. = mnd. benēden “beneden, onder” bijw. voorz., ofri. binitha “id.”, ags. beneoðan, beniðan voorz. “beneden, onder”, bijw. “lager” (eng. beneath). Een formatie als boven, binnen, buiten, die in verschillende talen ontstaan is uit wgerm. *bi (zie be-) + *niþan(a), mnl. nēden, ohd. nidana, os. nithana, owfri. nida, ags. neoðan, niðan, neoðane (ook on. nëðan) “beneden, van onderen”. Hiernaast met ander formans neder.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

bachten bijw., met praef. be- en suff. -en uit achter gelijk boven en beneden uit over en neder; vergel. ook binnen en buiten uit in en uit. Die vormen bestonden reeds in de oudere Germ. talen; vergel. nog Ags. bútan, Eng. but = buiten, uitgenomen, maar.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

bene’den bw., (i.h.b.:) op een stroomafwaarts gelegen plaats. De dorpen beneden hadden nog veel meer last van het hoge water. - Zie ook: de samenst. en boven* (1) met samenst.
— : naar beneden bw. uitdr., (ook:) stroomafwaarts. Over en weer maakte men elkaar het leven onaangenaam, totdat () Alamoe hem en zijnen aanhang verbood om hout naar beneden te voeren en zich in gemeenschap te stellen met de stad (Bakhuis 302). - Etym.: Oudste vindpl. plak van 1684 (nae beneden; S&dS 136). - Zie ook: benedenwaarts*, boven* (1) en samenst.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

beneden ‘onder’ -> Skepi-Nederlands bener ‘onder’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

beneden* voorzetsel 1236 [CG I1, 29]

beneden* bijwoord van plaats 1285 [CG Rijmb.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut