Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

beljak - (koliek)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

beljak’ (de), (veroud.) koliek. Een wyl gezeten, komt een stoet van zieke slaaven:/ Deeze is behebt met koorts, en die met Venusgaaven;/ De een klaagt van beljak, de ander heeft de koek* (P.F. Roos 1804, cit. volgens Lichtveld & V.; oudste vindpl.). - Etym.: Vgl. E bellyache = lett. ‘buikpijn’; dat is wat een kolieklijder heeft. In Enc.NWI (100) belliac. Lichtveld & V. geven in een cit. uit een Ned. boek van 1767 over Amerika ‘Beillac’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut