Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

beleven - (meemaken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

beleven ‘meemaken’
Mnl. te beleven ‘naleven’ [ca. 1350; MNW], beleven ‘meemaken, overleven’ [15e eeuw; MNW], beleeft (verl.deelw.) ‘meegemaakt’ [1470-90; MNW-R].
Gevormd uit → be- en het werkwoord → leven.
In het VMNW komt één vroege attestatie van beleven voor, geëmendeerd uit beuen en wel in de betekenis ‘tot leven komen, opleven’: Latijn revīvīscere = wider beuen (VNMW: lees beleuen) [1240; Bern.].
belevenis, zn. ‘wat men meemaakt, ervaring’. Nnl. belevenissen (meervoud) ‘gebeurtenissen die men meemaakt’ [1918; Sijs 2001]. Afleiding van beleven met het achtervoegsel → -nis, misschien naar analogie van Duits Erlebnis ‘belevenis’ [1800-50; Pfeifer] bij het werkwoord erleben ‘beleven’ en in de woordenboeken wel als germanisme aangemerkt (Theissen).

EWN: beleven 'meemaken' (ca. 1350)
ANTEDATERING: beleeft 'bijwoont, meemaakt' [1315-30; iMNW]
EWN: ♦ belevenis, zn. 'wat men meemaakt, ervaring' (1918)
ANTEDATERING: onze belevenis 'wat we beleefden' [1898; AHB 11/9]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut