Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

belanden - (grenzen aan)

Etymologische (standaard)werken

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

belenden ww., mnl. (noordholl.) belenden “grenzen aan”; in het latere Nnl. wordt alleen het tegenw. deelw. gebruikt. Vgl. owfri. lenth “het (land) grenst aan”, mhd. lenden “aangrenzen”. Een afl. van land. Vgl. verder vooral mnl. (noordholl.) lende m. “naaste buur” (ook “aangrenzend land”), onfr. gelendo m. “accola”, (ohd. gilanto m. “patriota”, gilenti o. “stuk land”). Mnl. belenden is gew. = “belanden”; nnl. belanden sedert Kil. Een geheel andere bet. heeft nog ags. belendan “van land berooven”. Vgl. landen, gelande.

Hosted by Meertens Instituut