Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

belam - (uitroep)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

belam* [uitroep] {1901-1925} bv. in belam als het niet waar is < ik ben lam, vgl. ‘ik mag doodvallen’.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

196. Belam,

d.w.z. waarachtig, zeker; ontleend aan ik ben lam (als het niet waar is), syn. van ik mag doodvallen als, enz. Zie Tijdschrift XXIX, 98 en Landl. 306: Ja, mensch da kreng is nou belam toch al twintig.... en dat laat z'n moeder maar darre en zwoege; Het Volk, 10 Oct. 1913 p. 5 k. 2: En ik moest bij lam bekennen veel van wat-ie zei was waar; Boefje, 197: 't Jog is dronke, belam as 't nie waar is; S en S.: Dat leve dat jullie leve, da's toch ook maar narigheid, en daar heb 'k belam me te doen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal