Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bel - (geluidseenheid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

decibel zn. ‘eenheid van geluidsintensiteit (dB)’. Nnl. decibel [1938; WNT Aanv.]. Ontleend aan Amerikaans-Engels decibel [1881], een tiende van een bel ‘eenheid van geluidssterkte’, door de Amerikanen zo genoemd ter ere van Schotse Amerikaan Graham Bell (1847-1922), de uitvinder van de telefoon.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bel3 [geluidseenheid] {1926-1950} genoemd naar Alexander Graham Bell (1847-1922), uitvinder van de telefoon.

decibel [verhoudingsmaat voor m.n. geluid] {1926-1950} van deci- + bel, genoemd naar Alexander Graham Bell (1847-1922), die de moderne telefoon uitvond.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

desibel s.nw.
Eenheid vir die meting van die luidheid van klanke, in die metrieke stelsel een tiende van 'n bel.
Uit Eng. decibel (1928).
Eng. decibel is 'n samestelling van deci- 'een tiende in die metrieke stelsel' en -bel, met lg. n.a.v. Alexander Graham Bell (1847 - 1922), die uitvinder van die telefoon.
D. Dezibel, Fr. décibel, Ndl. decibel (1926 - 1950).

Thematische woordenboeken

T. Beijer en C.G.L. Apeldoorn (1996), Woordenboek van medische eponiemen, Houten

bel: eenheid van intensiteit van geluid en elektrische signalen, genoemd naar de Amerikaanse natuurkundige en stemfysioloog Alexander Graham Bell (1847-1922).
Bell, zoon van de Schotse pedagoog Alexander Melville Bell, studeerde in Edinburgh. Hij werd spraakleraar in Londen en in 1872 hoogleraar te Boston, waar hij werkzaam was in het doofstommeninstituut. Om hulpmiddelen voor doven te kunnen ontwikkelen bestudeerde hij de fysiologie van de spraakorganen. Deze studies vormden de basis voor een toestel waarbij het gesproken woord door middel van elektriciteit wordt overgebracht. Zo ontstond in 1876 de oervorm van de telefoon. De eerste historische woorden die Bell met behulp van het toestel tot zijn assistent Watson sprak, waren: ‘Watson, come here, I want you.’ (Mauser)
In wezen is Bell niet de uitvinder van de telefoon. Die eer komt toe aan Philip Reis, natuurkundeleraar aan een middelbare school in het Duitse Friedrichsdorf. In de jaren zestig van de vorige eeuw kwam Reis op het idee dat de door de stem ontstane luchttrillingen op de een of andere manier in elektriciteit moesten kunnen worden omgezet. Met behulp van een membraan, vervaardigd uit een varkensblaas, een vioolsnaar, een sigarenkistje en een breinaald fabriceerde hij een apparaat waarbij hij zich liet leiden door de bouw van het menselijk oor. Zijn uitvinding gaf hij de naam ‘telefoon’. Tussen zijn huis en het natuurkundelokaal voerde hij zijn eerste telefoongesprek. Reis demonstreerde zijn toestel voor wetenschappelijke academies en natuurkundige verenigingen, maar kreeg nul op het rekest. Het was een ‘amusant maar volkomen nutteloos spelletje’ (Grauls). De enige verdienste die Bell toekomt, is dat hij het toestel van Reis voor praktisch gebruik geschikt gemaakt heeft. Ook hem kostte het grote moeite het systeem ingang te doen vinden. Pas ruim vijftien jaar later kon men pas van New York naar Chicago telefoneren en zeven jaar daarna van New York naar San Francisco. Ten slotte zag men het nut ervan in en begon de bloei van Bells telefoonmaatschappijen. Ook buiten Amerika werden de eerste goed georganiseerde maatschappijen opgericht. Tegen het eind van de negentiende eeuw telden de Verenigde Staten 1,3 miljoen aansluitingen.
Langzamerhand verloor Bell zijn passie voor de telefoon en hield hij zich jaren bezig met het vraagstuk van mechanisch vliegen. ‘Het was zijn grootste verdriet,’ aldus een biografie, ‘dat hij er nooit in geslaagd was zijn geliefde [dove] vrouw Mabel te kunnen doen horen.’ (Grauls)
Ook de decibel (dB, te weten 0,1 bel, het intensiteitsverschil tussen twee geluiden dat nog juist door het oor kan worden onderscheiden) is een eponiem van Bell. Van Maanen (1991) noemt enkele voorbeelden die een idee van geluidniveaus geven: 80 dB: storend geluid, bijvoorbeeld een wekker; 117 dB: discotheek; 135 dB: pijngrens; 140 dB: een nabij opstijgend straalvliegtuig.

E. Sanders (1993), Eponiemenwoordenboek: Woorden die teruggaan op historische personen, Amsterdam

bel, eenheid van intensiteit van geluid en elektrische signalen, net als decibel genoemd naar Alexander Graham Bell [1847-1922]. Bell is niet de uitvinder van de telefoon, zoals vaak wordt beweerd. Ph. Reis vond dit toestel in 1860 uit, maar Bell bracht belangrijke verbeteringen aan;

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Bell. Eenheid voor het meten van de sterkteverhouding of het luidheidsverschil van geluiden. Ze werd genoemd naar Graham Bell (1847—1922), professor in de physiologie van de spraakorganen en uitvinder van de telefoon.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bel geluidseenheid 1950 [GVD]

decibel verhoudingsmaat voor m.n. geluid 1938 [Aanv WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut