Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bekoren - (aantrekking uitoefenen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bekoren ww. ‘aantrekking uitoefenen’
Onl. *bekoron ‘op de proef stellen’, beko[ro] (imperatief) ‘stel op de proef’ [10e eeuw; W.Ps.], en zonder voorvoegsel in corodos (pret.) ‘(jij) hebt op de proef gesteld’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. becoren ‘beproeven, verleiden’ [1265-70; CG II, Lut.K]; vnnl. Tis een teecken datse hem heeft becuert ‘het is een teken dat ze hem heeft bekoord, verleid’ [1560; WNT], bekoren ‘iemand innemen, sterk aantrekken’ [1500-50; WNT].
Afleiding met → be- van het Oudnederlandse werkwoord coren, dat een ablautvorm is bij het werkwoord → kiezen, waarbij ook grammatische wisseling en rotacisme nog een rol hebben gespeeld, zie ook → keur.
Mnd. bekoren ‘onderzoeken, verleiden, aandringen’; ohd. bikorēn, -ōn ‘op de proef stellen’; nfri. bekoar(j)e; < pgm. *korōn-, *korēn- bij de wortel *kuz-.
Uit de betekenis ‘beproeven, op de proef stellen’ ontstaat de betekenis ‘iemand verleiden’, en daaruit ‘iemand sterk aantrekken’.
bekoorlijk bn. ‘aantrekkelijk’. Vnnl. becoorlijck ‘verleidelijk’ [1610; WNT], ‘mooi, charmant’ [1698; WNT]. Afleiding van bekoren met → lijk. ♦ bekoring zn. ‘aantrekking, verleiding’. Mnl. becoringe ‘verleiding’ [1410; MNW dijn]; nnl. bekoringen (mv.) ‘aantrekkelijkheden’ [1778; WNT]. Afleiding van bekoren met → -ing.

EWN: ♦ bekoorlijk bn. 'aantrekkelijk' (1610)
ANTEDATERING: om u eenen bekoorlijcken danck te seggen 'om u op een manier die u kan bekoren dank te zeggen' [1605; Boccaccio, 59a]
EWN: ♦ bekoring zn. 'aantrekking, verleiding' (1410)
ANTEDATERING: nit dan een strit ende eene becoringe 'niets dan strijd en bekoring' [1290-1310; MNW-P]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bekoren* [aantrekken] {oudnederlands becoron [op de proef stellen] 901-1000, middelnederlands becoren [proeven, smaken, ondervinden, aanlokken]} middelnederduits bekoren [onderzoeken, in verzoeking brengen], oudhoogduits (bi)koron [(be)proeven], ablautend en met grammatische wisseling naast kiezen. Vgl. ook keur.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bekoren ww., mnl. becōren ‘proeven, ondervinden, verleiden, kwellen’, onfrank. becoren ‘op de proef stellen’, mnd. bekōren ‘onderzoeken, verleiden, aandringen’, ohd. bikorōn, bikorēn ‘proeven, op de proef stellen — westgerm. korēn, korōn staat abl. naast kiezen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bekoren ww., mnl. becōren “proeven, ondervinden, in verzoeking brengen, verleiden, kwellen” naast cōren “id.” = onfr. becoron “op de proef stellen” naast coron “id.”, ohd. (bi)korên, -ôn “proeven, beproeven, op de proef stellen”, mnd. bekōren “onderzoeken, in verzoeking brengen, aandringen bij”, wgerm. *korên, -ôn. In ’t mnl. is dit ww. niet altijd te onderscheiden van cȫren (nnl. keuren), een afl. van cȫre (nnl. keur); al deze vormen staan in ablaut tot kiezen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

bekoren o.w., Mnl. becoren, Onfra. becoron + Ohd. bicorôn = beproeven, verlokken, denom. van *koor = keur (z.d.w.) d.i. keus, proef.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

bekoor ww.
1. Aanlok, betower, iemand sterk aantrek. 2. In versoeking bring, verlei.
Uit Ndl. bekoren (al Mnl.), 'n uiteindelike afleiding van keuren 'keur'. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Bekoren is eigenlijk: bij of voor een keus stellen (kiezen – keur); vervolgens: op de proef stellen, verleiden en om dat doel te bereiken: „zich aangenaam voordoen”.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bekoren ‘aantrekken’ -> Fries bekoare ‘aantrekken’; Sranantongo kori ‘aantrekken; vleien’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bekoren* aantrekken 1530 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut