Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

beknopt - (kort, bondig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

beknopt bn. ‘kort, bondig’
Mnl. becnocht, becnoft ‘beknopt’; vnnl. beknopt [1603; Toll.], beknoopt, beknocht [1636; WNT], ‘in een kort bestek verenigd’ [1642; WNT].
Verl.deelw. van het zwakke werkwoord becnopen ‘vastknopen, aanhechten, vastbinden’ [1350-1400; MNW], met preteritum becnochte [ca. 1400; MNW], dat is afgeleid met → be- van het werkwoord → knopen, waarbij beknopt eerder op te vatten is als ‘in een knop (= knoop) samengevat’ (FvW) dan als ‘in de knop zittend’ (NEW). De vorm → verknocht bij het Middelnederlandse werkwoord vercnopen is op vergelijkbare wijze gevormd.
Mnd. beknöppen ‘vastknopen, bevestigen’.
Het woord vertoont in de oudere vormen de overgang van -pt naar -ft (Primärberührung, zie → bruiloft) en die van -ft- naar -cht- (zie → achter). De als afwijkend gevoelde vorm op -cht is onder invloed van het zn.knop ‘knoop, knop’ weer ongedaan gemaakt.

EWN: beknopt bn. 'kort, bondig' (z.j.)
ANTEDATERING: eerst becnoftelick (bw.) 'beknopt' [1480; iMNW]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

beknopt* [kort samengevat] {1603} vgl. middelnederlands becnochtelike, becnoftelike [op beknopte wijze] {1480} van becnopen [vastknopen], waarna beknopt o.i.v. knop [knoop] is gevormd.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

beknopt

In het Middelnederlands bestond een werkwoord dat becnopen luidde en dat betekende: dichtbinden, aanhechten, maar ook: aan zich verplichten. Figuurlijk werd becnopen gebruikt voor: verschillende voorwerpen in klein bestek met elkaar verenigen. Hooft schrijft: goedheid, wijsheid en macht waren hier in één beknopt, dus: samengevoegd.

Beknopt is dus het voltooide deelwoord van een werkwoord, maar het is geheel tot een bijvoeglijk naamwoord geworden in de betekenis: een kleine omvang hebbend, maar wel de hoofdzaken bevattend en vandaar: in weinig woorden, kort samengevat, bondig. Dat bondig weer samenhangt met binden is duidelijk. Anderen leiden beknopt af van knop in de zin van: in een knop of knoop samengevat.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

beknopt bnw., komt sedert de 17de eeuw voor en wel in de plaats van mnl. beknocht, dat een deelw. is van becnopen ‘in een knoop samenbinden’. De vorm beknopt is afgeleid of staat onder de invloed van knop en wel in de zin van ‘knoop’; dus ‘in de knop zitten (als van een bloemknop)’ dan ‘samengepakt’ (in oudere taal als van Bredero ook ‘keurig, aardig, netjes’). — Zie ook: verknocht.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

beknopt bnw., sedert de 17de eeuw. In de plaats gekomen van mnl., oudnnl. beknocht (mnl. in beknochtelike) “beknopt”, eig. deelw. van becnôpen “in een knoop samenbinden”. Beknopt is een afl. van knop, letterlijk “in een knop (= knoop) samengevat, samengedrongen”, dan “kort”, oudtijds (o.a. bij Bredero) ook “keurig, aardig, netjes”. = oostfri. beknopd “dicht op een, beknopt”. Een minder vreemde vorm dan beknopt is westf. beknappen “verkorten” van knap “eng”. Vgl. verknocht.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

beknopt bijv., vernieuwd verl.deelw., i.p.v. beknocht, van Mnl. becnopen, gelijk bondig van binden.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

beknopt ‘kort samengevat’ -> Duits dialect † beknopt, beknuppt ‘vaak over ruimtes: smal, klein; bedrukt’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

beknopt* kort samengevat 1603 [Toll.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal