Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bekkeneel - (hersenpan)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bekkeneel zn. ‘hersenpan’
Mnl. beckineel, beckeneel ‘hersenpan; hersenpanbedekkend kapje dat onder de helm gedragen wordt’ [1340-50; MNW].
Afleiding met een verkleiningsachtervoegsel van mnl. beckijn, becken ‘hersenpan’ (vanuit de basisbetekenis ‘kom’), het huidige → bekken, onder volksetymologische invloed van het gelijkbetekenende Oudfranse woord bacinet ‘helmkapje’, dat op soortgelijke manier is afgeleid van bacin < Latijn bac(c)inum.
Mnd. backenil, beckenil ‘bekken; ijzeren hoofdbedekking, helm’.
De metonymische betekenis ‘kapje onder de helm’ was vooral in de Middeleeuwen gebruikelijk. Inmiddels is het woord ook in zijn hoofdbetekenis ‘hersenpan’ verouderd.

EWN: bekkeneel zn. 'hersenpan' (1340-50)
ANTEDATERING: helme. ende beckineele 'helm en metalen hoofdkapje' [1290-1310; MNW-R]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bekkeneel [hersenpan, doodshoofd] {beckineel, beckeneel [hersenpan, metalen kapje ter bescherming van de schedel, helm] 1336-1339} afgeleid van bekken.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bekkeneel znw. o., mnl. beckineel, beckeneel ‘hersenpan, ijzeren kapje ter bescherming van het hoofd, helm’, mnd. backenêl, beckenêl ‘bekken, helm’, is afgeleid van mnl. becken, hetzij in de bet. ‘hersenpan’ (misschien onder invloed van ofra. bacinet ‘helmkapje’ van bacin ‘bekken’), hetzij naar de vorm van het kapje dat de schedel beschermde en op een bekken geleek.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bekkeneel znw. o., mnl. beckineel, beckeneel o. “kapje dat onder den helm gedragen wordt, helm, hersenpan”. Afl. van mnl. beckijn, becken in de bet. “hersenpan”, wellicht naar analogie van ofr. bacinet (fr. bassinet) “helmkapje”, dat van bacin (zie bekken) gevormd was.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

bekkeneel. Ook mnd. backenêl, beckenêl (o.?) ‘bekken; helm’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

bekkeneel o., Mnl. beckineel, met dimin. suff. -eel van bekken 1 in de bet. van hersenpan; vergel. duimeling.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

bekkeneel (E, W), bakkeneel (L), zn. o.: kin (W), mond, smoel (E, L). Ook Wvl. met bet. 'mond, bakkes, smoel' en in Dadizele zelfs 'kin'. De betekenis is te verklaren door associatie met bek, maar de oorspr. bet. is 'hersenpan, schedel'. Mnl. beckineel 'hersenpan, stalen kapje onder de helm, helm'; Vnnl. beckeneel van den hoofde 'le crane, l'os ou le test de la teste' (Lambrecht), beckeneel, hooftschotel 'schedel' (Kiliaan) < volkslat. *baccinellum, dim. van baccinum 'bekken'. Ofr. bassinet, bacinet 'kleine helm met helmkapje over de nek', dim. van bassin 'bekken'.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

bekkeneel, bakkeneel (B, O), zn. o.: mond, bek, bakkes (D, K, O), gezicht, smoel (B, I, O, R), kin (D), snuit van rund (WVD: oost, Pervijze). Vallaeys geeft voor Poperinge de bet. ‘schedel’, maar dat blijkt niet uit het voorbeeld. Het woord wordt als een afleiding van bek begrepen, maar de oorspronkelijke betekenis is ‘schedel, hersenpan’. Mnl. beckineel, backeneel ‘hersenpan, stalen kapje onder de helm, helm’ < volkslat. *baccinellum, dim. van baccinum ‘bekken’. Ofr. bassinet, bacinet ‘kleine helm met helmkapje over de nek’, dim. van bassin ‘bekken’.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Bekkeneel (hersenpan) komt van bekken = pan, kom, schotel (van ’t Lat. bacca = bak). De uitgang eel vormt een verkleinwoord. Kiliaan noemt het woord ook hooft-schotel”.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut