Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

behoeven - (nodig hebben; nodig zijn)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

behoeven ww. ‘nodig hebben; nodig zijn’
Mnl. behouen ‘nodig hebben’ [1201-25; CG II, Floyr.], behoeuen ‘id.’. [1290; CG II, En.Cod.], samengetrokken ook boeven ‘behoeftig zijn, moeten, betamen’; vnnl. (be)hoeuen [1588; Kil.].
Afleiding met → be- van het werkwoord → hoeven.
Mnd. behöven ‘behoeven, nodig hebben’; ofri. bihōvia (nfri. hoeve, hoege); oe. behōfian ‘behoeven, betamen’ (ne. behove ‘betamen, nodig zijn’); on. hófa ‘passen, betamen’ (nzw. (verouderd) hövas (deponens) ‘passen, betamen’; < pgm. *bi-hōb-.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

behoeven* [nodig hebben, zijn] {1201-1225 in de betekenis ‘behoeftig zijn, nodig hebben, moeten, nodig zijn, betamen’} oudfries bihovia, middelnederduits behoven, oudengels behofian, verwant met heffenhoeven.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

hoeven ww., sedert Kil., die hoeven als synoniem van behoeven vermeldt. = mnd. hôven “behoeven, noodig hebben”, fri. hoeve “hoeven, behoeven”. Behoeven, mnl. behoeven (pers. en onpers.) “behoeftig zijn, noodig hebben, moeten, betamen” = mnd. behôven “behoeven, noodig hebben”, ofri. bihôvia “id.”, ags. behôfian (ook onpers.) “id., betamen”; het o. znw. behoef, mnl. behoef o. v. “behoefte, gebrek, noodzakelijkheid, nut, levensbehoeften” = mhd. (md.) behuof m. “het noodige, nuttige, nut, voordeel, doel, handwerk” (nhd. behuf), mnd. behôf o. v. “behoefte, levensbehoeften”, ofri. bihôf (m. o.?) “behoefte”, ags. behôf o. “behoefte, nut, gebrek” (eng. behoof). De ndl.-ndd.-fri. vormen zonder be- zijn de relatief jongere. Uit het On. hierbij hôf o. “juiste maat of verhouding”, hø̂fa “passen, betamen”. Van de bij heffen besproken basis. Voor de bet. vgl. on. henta “dienstig zijn”: ags. (ge)hentan “grijpen” en de bij genieten besproken woorden.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

behoeven ‘nodig hebben of zijn’ -> Deens behøve ‘nodig hebben of zijn; moeten’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors behøve ‘nodig hebben of zijn’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds behöva ‘nodig hebben of zijn’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

behoeven* nodig hebben of zijn 1201-1225 [CG II1 Floyris]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut