Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

behalve - vgw., (uitgezonderd)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

behalve vgw., vz. ‘uitgezonderd’
Onl. bihaluon (bn.) ‘terug, weer’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. behaluen ‘uitgezonderd’ [1265-70; CG II, Lut.K].
Gevormd uit bi- ‘bij’ (zie → bij 1) en → -halve (ook bijv. in mijnenthalve en ambtshalve), datief van pgm. *halbō ‘zijde, kant’; de betekenis is dus letterlijk ‘aan de zijde, terzijde’.
Mnd. behalven, behalver; ohd. bihalbun, behalpen (mhd., nhd. behalben); ofri. bihalva, bihalve(n); nfri. behalven [ca. 1807], behalve [1846].
Vergelijkbare vormingen zijn Engels besides ‘bovendien; behalve’ en behalf (in, on behalf of ‘van de kant van, vanwege’, later ook ‘ten voordele van’).
Lit.: J.A.M. Komen (1992) ‘Het is allesbehalve duidelijk’, in: E.C. Schermer-Vermeer e.a. (red.) De Kunst van de grammatica Amsterdam; M. Philippa (1990) ‘Pluralishalve’, in: OT 59, 244-245

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

behalve* [uitgezonderd] {oudnederlands bihaluon [terug, achterwaarts] 901-1000, middelnederlands behalven [met uitzondering van]} van middelnederlands bi [bij] + halve, half [zijde, kant], dus lett. ‘aan de kant’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

behalve voegw. voorz. laat-mnl. (holl.) behalven, vgl. ofri. bihalva, bihalve(n), mnd. behalven, behalver. Het woord betekent dus eig. ‘aan de zijde, terzijde van’. — Zie: halve.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

behalve voorz. voegw., laat-mnl. (holl.) behalven. Ospr. een noordndl., fri.-holl. vorm; vgl. ofri. bihalva, bihalve(n) (owfri. ook bihala, -e), mnd. behalven, -er “behalve”. Ontstaan uit het voorz. *bi (ndl. be-, bij) + den dat. (enk. of mv.) van *halƀô- “zijde”: “aan de zijde, terzijde (van)”. Vgl. voor de bet. eng. besides. Een andere bet.-ontwikkeling bij onfr. behalvo(n) “retrorsum”, ohd. pi halbu “ex adverso”, pi halpun “ex obliquo”. Vgl. -halve. In het Mnl. is sonder het gewone woord voor “behalve”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

behalve voorz., Mnl. behalven, Onfra. behalvon, saamgest. met bij en halve (z.d.w.).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

behalwe voors., voegw.
Uitgesonderd, buite, benewens.
Uit Ndl. behalve (Mnl. behalven), in Mnl. 'n samestelling van bi 'by' en halve, half 'sy, kant', m.a.w. lett. 'aan die kant'. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Behalve (Mnl. behalven) staat voor bi-halven, d.i. bij, aan of op de halven of zijden (kanten). Het woord zegt dus, dat iets bij het meetellen bij de kanten, op zijde, ter zijde wordt gelaten, dat iets niet wordt meegerekend, dat het wordt uitgezonderd.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

behalve ‘uitgezonderd’ -> Fries behalve(n) ‘uitgezonderd’; Negerhollands behalven ‘uitgezonderd’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

behalve* voorzetsel 1265-1270 [CG Lut.K]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut