Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

begroten - (schatten, voorlopig berekenen; bezwaren, spijten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

begroten ww. ‘schatten, voorlopig berekenen; bezwaren, spijten’
Mnl. begroten ‘vergoeden, schadeloosstellen’ [1290; MNW], begroeten ‘id.’ [1396; MNW]; vnnl. begrooten ‘(de grootte, omvang enz.) schatten, taxeren’ [1634; WNT]; nnl. begrooten ‘spijten’ [1890-96; WNT], ‘bezwaren’ [1897; WNT].
Afleiding met → be- van het bn.groot 1. Voor de betekenissen ‘bezwaren’ en ‘spijten’ wordt wel een afleiding gesuggereerd van Hebreeuws ḥarāṭāh ‘spijt’, dat via Jiddisch charote ‘berouw’ in de Amsterdamse volkstaal als grote, gerote terechtgekomen is. De betekenisontwikkeling van begroten ‘ramen’ via ‘te groot bevinden’ naar ‘te zwaar bevinden’ en ‘spijten’ is echter alleszins aannemelijk.
Het Middelnederlands had ook een werkwoord groten ‘de grootte van iets (met name van een geldsom) schatten’ [1494; MNW], ‘iets in geldswaarde uitdrukken’ [1460-86; MNW].
begroting zn. ‘raming, staatsbudget, becijfering met bescheiden’. Vnnl. begrotinge ‘schatting, raming van een bedrag’ [1582; WNT vorens]. Afleiding met → -ing. ♦ begrotelijk bn. ‘(te) duur’. Nnl. begrootelijk [1897; WNT]. Afleiding met → -lijk.

EWN: ♦ begroting zn. 'raming, staatsbudget, becijfering met bescheiden' (1582)
ANTEDATERING: mnl. begroetynghe 'vergoeding' [1451; CHN, gent 1451 1]
EWN: ♦ begrotelijk bn. '(te) duur' (1897)
ANTEDATERING: eene onbegrootelyke ('niet te schatten') menigte Koopvaardy-Schepen [1729; E.Mercurius 1, 178]
Later: begrootelijk 'spijtig' [1856; Navorscher, [2]32]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

begroten ww., mnl. begrôten ‘vergroten, schadeloosstellen’. Daarnaast staat de betekenis ‘bezwaren, moeilijk, onaangenaam zijn’, dat men ontstaan denkt uit het idee van ‘te groot worden voor’ (vgl. bezwaren naast zwaar).

Men heeft deze betekenisovergang onwaarschijnlijk geacht en gedacht aan een joods woord, hebr. garotoh ‘spijt’ (vgl. joods-ned. grote, gerote) en dan zou deze bet. zich van Amsterdam over het noorden verbreid hebben (A. J. de Jong, TTL 24, 1936, 254 vlgg). Maar is het dan wel waarsch. dat het woord doordrong tot fri. bigreatsje en zelfs oostfri. begroten?

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

begrooten ww. Afl. van groot. Mnl. begrôten = “vergrooten, schadeloosstellen”. De bet. “bezwaren, moeilijk, onaangenaam zijn” laat zich uit “te groot worden voor” verklaren (wellicht heeft bezwaren: zwaar bij ’t opkomen er van medegewerkt). Deze bet. komt ook dial. voor, o.a. in ’t Zaansch en Gron., ook in ’t Oostfri. (begrôten) en Fri. (bigreatsje).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

begro[o]ten. De afl. van de bet. ‘bezwaren’ uit die van ‘schatten’ is niet zeer overtuigend. Wellicht moeten wij in begro[o]ten ‘bezwaren, lastig zijn’ (vooral van uitgaven of onkosten gezegd) met A. J. de Jong TTL. 24, 254 vlgg. een ospr. joods woord zien, afgeleid van hebr. garotoh ‘spijt’ (joods-nederl. grote, gerote), dat van het joodse centrum Amsterdam uit zich over de noordelijke provinciën heeft verbreid.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

begroot ww.
By benadering skat of vooruit bereken.
Uit Ndl. begroten (1624), 'n afleiding met be- van verouderde groten 'deur te skat bepaal hoe groot iets is'.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

begroten ‘schatten, taxeren’ -> Duits dialect † begrôten ‘schatten, taxeren’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut