Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

begeerte - (verlangen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

begeren ww. ‘verlangen’
Onl. geron ‘begeren’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. (be)gheren ‘wensen, verlangen naar, streven naar’, bijv. nadien dat hare herte beghert ‘zoals hun hart begeert’ [1236; CG I, 24], dit begheric in minen vrien wille ‘dit wens ik uit vrije wil’ [1273; CG I, 249], hi haers raets niet en gheerde ‘hij wilde haar/hun raad niet [horen]’ [14e eeuw; MNW geren].
Afleiding met → be- van een inmiddels verdwenen werkwoord geren ‘verlangen, wensen’, zie → gaarne.
Als werkwoord alleen in de continentale West-Germaanse talen, in de oudste fasen ook nog zonder voorvoegsel: os. gerōn (mnd. geren); ohd. gerōn (mhd. gern, begern; nhd. alleen begehren); ofri. iëria (nfri. begear(j)e); < pgm. *gerōn-.
begeerte zn. ‘verlangen’. Mnl. begerde, begerte ‘wens, verlangen’ [1298; CG I, 2508], ook beg(h)eert [ca. 1486; MNW begeert]; vnnl. be-gheerte [1599; Kil.]. Afleiding met het achtervoegsel → -te.

EWN: ♦ begeerte zn. 'verlangen' (1298)
ANTEDATERING: in begerten wesen 'vol verlangen zijn' [1265-70; VMNW]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

begeerte* [verlangen] {bege(e)rte, bege(e)rde 1298} oudsaksisch giritha, oudhoogduits girida, van begeren.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

begeerte znw. v., mnl. begheerte naast begheerde, vgl. os. giritha, ohd. girida is gevormd van begeren.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

begeerte znw., mnl. beghe(e)rte v. (o.?). Naar analogie van andere woorden op -te opgekomen naast mnl. (be)ghe(e)rde v. (o.?) “begeerte” = ohd. girida v. (nhd. begierde), os. giritha v. “begeerte”. Vgl. gevaarte.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

begeer [+]: in 19e eeu nog in Afr., soos in 17e eeu in Ndl., gebr. v. begeerte as s.nw., tans in albei tale veroud. (Scho TWK 14, 1, p. 7, waar ook (tans onbek.) begeerjurk vermeld word).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

begeerte ‘verlangen’ -> Deens begær ‘verlangen’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors begjær ‘verlangen’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands begeer ‘verlangen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

begeerte* verlangen 1298 [CG I, 2508]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut