Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

befteckel - (liefhebber van oraal-genitaal contact)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

befhaas, befkanarie, befkonijn, beftekkel, befteckel: (jeugdtaal) iemand die houdt van oraal-genitaal contact; geil persoon. Ook: onhandig iemand of een klungel. Een befhaas slaat ook op een naar persoon. Sedert begin jaren tachtig.

Als een dame haar Fiatje niet snel genoeg geparkeerd krijgt, roept een van de vrienden haar toe: ‘Schiet op, befteckel. Dat parkeervak is zo ruim als je kut!’ (Joris Moens, Een beest met twee lichamen, 1999)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal