Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

beemd - (weiland, veld)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

beemd zn. ‘weiland, veld’
Mnl. in de plaatsnaam Surbam ‘Zuurbemde (BB)’ [1208-09; Gysseling 1960, 1107], be(e)mpt ‘weiland, grasland, veld’ [1287; Toll.], beemd, beemt, bempt [alle 1275-1300; CG I].
Wellicht een verkorting van *ban-made ‘het gemeenschappelijke hooiland’, een samenstelling van → ban ‘rechtsgebied’ en → made 2 ‘weide’ (waarnaast Fries de mieden ‘de beemden’ en miedstik ‘stuk grasland, hooiland’). Westfaals band(e) en Rijnlands bende ondersteunen deze hypothese volgens sommigen maar ten dele.
Mhd. bameth ‘beemd’ [12e eeuw].
Lit.: H. Dittmaier (1958) ‘Rheinische Flurnamenstudien’, in: Rheinische Vierteljahresblätter 23, 107-27; J. Goossenaerts (1962) ‘Over aanhangers en over beemd’, in: HZnMTL 16, 285-296

EWN: beemd zn. 'weiland, veld'; de vorm beemd (1287)
ANTEDATERING: van beemde ende van lande 'van grasland en bouwland' [1248-71; VMNW]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

beemd* [weiland] {in de plaatsnaam Surbam, nu Zuurbemde (Belgisch-Brabant) 1208-1209, beempt 1287} mogelijk ontstaan uit een eerste lid ban2 in de zin van rechtsgebied + een tweede lid made2 [weiland], dus gemeenschapsweide.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

beemd znw. m., mnl. beemt, bempt, bemt; daarnaast westf. band m., bande v. Men moet uitgaan van een grondvorm met m die voor de volgende dentaal tot n moest worden. Misschien is te vergelijken de plaatsnaam Langobanomothe in de omgeving Xanten-Kleef, welke vorm zou kunnen wijzen op een grondvorm *banu-mæþa, waarin het 1ste lid *banu- uit *banwa- zou kunnen zijn ontstaan en een bijvorm van *banna (zie: ban), terwijl het 2de lid het woord mede, made ‘weiland’ betekent. Dan zou beemd dus zijn ‘het banhooiland, het gemene hooiland’ (M. Gysseling, Toponym. Woordenboek 1960 1, 114).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

beemd znw., mnl. beemt, bem(p)t(d) m., gloss. bern. bampt “beemd, weide”. Dial. nog bemd (Antw.), baandj (limb.). Vgl. Teuth. bend, westf. band m., bande v. “beemd, weide”. Be(e)md veronderstelt een germ. *ƀami-ð-(-i-, -a-?), *ƀami-þ- (-i-, -a-?), band(e) een *ƀam-ða-, -ðô-, bend een *ƀam-ði(a)-. Uit -mð- moest nd ontstaan; zie schande. De oorsprong is onbekend.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

beemd m., Mnl. beemt, bem(p)t, uit *bamiþi: oorspr. onbek. Uit een bijvorm bam-đa ontstond Mnl. bampt, Ndl. en Ndd. band, en uit een ander bijvorm bam-ta, Ndl. bant, Hgd. banz, dat o.a. in geografische namen voorkomt, b.v. Brabant.

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

beemd 'aangeslibd land langs een waterloop, weiland'
Mnl. beemt, bempt, bemt 'aangeslibd land langs een waterloop, weiland', mhd. bameth, Rijnlands bende, Westfaals band, bande. Men vergelijkt de Duitse plaatsnamen 8e eeuw Banamatha (Bonbaden, Dld)1 en 2e helft 11e eeuw Langobanomothe (Langebamet bij Uedem, Dld)2, die mogelijk wijzen op een grondvorm *banu-mæþa, een samenstelling van *banu- 'ban' en made 'hooiland', ter aanduiding van het gemeenschappelijke hooiland3. Komt in Nederland vooral in het zuiden voor4.
Lit. 1Gysseling 1960 114 < Förstemann, 2Idem 594, 3Idem 114, 4Moerman 1956 34.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

beemd* weiland 1208-1209 [Claes]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut