Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

beeld - (voorstelling, afbeelding, standbeeld)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

beeld zn. ‘voorstelling, afbeelding, standbeeld’
Onl. bilithe iro te nieuuehte bringon salt ‘gij zult hun beeld tenietdoen’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. beelde ‘heiligenbeeld’ [1254; CG I, 64], belde ‘(afgods)beeld’ [1285; CG II, Rijmb.], bilde ‘beeld, afbeelding’ [1276-1300; Moraalb.], belde ‘gedaante’ [1290-1310; MNW-P], beelde ‘gelijkenis, evenbeeld’ [1348; MNW-P]; vnnl. belt, beeld ‘bevallige vrouw’ [midden 16e eeuw; WNT]; nnl. een beeld van een kind ‘een mooi, schattig kind’ [1785; WNT], beeld ‘voorstelling’ [1785; WNT].
Os. bilithi ‘beeld, gelijkenis, teken’; ohd. bilidi ‘gestalte, evenbeeld’ (nhd. Bild ‘afbeelding’); Oud-West-Fries (< mnd.) byld (nfri. byld); on. (< mnd.) bilæti (nde. billede; nzw. beläte) met aanpassing aan on. læti ‘gedrag’. De vormen zijn oorspr. dus louter continentaal West-Germaans.
De basisbetekenis lijkt iets als ‘vorm’ te zijn. De verdere herkomst is niet zeker. Gedacht wordt aan verband met Latijn fīlum ‘vorm, omtrek, figuur’, als dit tenminste niet hetzelfde is als fīlum ‘draad’ (in overdrachtelijk gebruik). Men kan in dat geval uitgaan van pgm. *bil- ‘vorm’, waarbij dan een collectief op *-iþja zou zijn gevormd dat het oorspr. woord heeft verdrongen. De beperkte verbreiding lijkt op een substraatwoord te wijzen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

beeld* [afbeelding, voorstelling] {oudnederlands bilithe 901-1000, middelnederlands beelde, bilde} er zijn slechts verwanten in het westgerm.: oudsaksisch bilithi, oudhoogduits bilidi, biladi; het woord is kennelijk samengesteld met be-, maar het tweede lid is onbekend.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

beeld znw. o., mnl. beelde ‘beeld, gestalte, voorbeeld’ onfrank. bilithe, os. bilithi, ohd. biladi, bilidi, owfri. byld ‘beeld’ (niet in het noordgerm: on. bilæti en de jongere daarvan afgeleide vormen stammen uit het os.); ook niet in het got.

Ter verklaring zal men moeten uitgaan van de germ. stam *bil ‘bovennatuurlijke kracht, wonderkracht’, dat nog voorkomt in mnl. belewitte, beluwitte, mhd. pilwiz, nhd. bilwis naam voor bovennatuurlijke wezens, vgl. ook billijk (zie A. Wolf, SSF Uppsala 1929-30). Men moet dan uitgaan van ‘wonderteken’ vgl. os. bilithi, dat ook ‘teken’ betekent en vandaar ging het dan verder tot ‘beeld, afbeelding’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

beeld znw. o., mnl. beelde o. v. “beeld, gestalte, voorbeeld”. = onfr. bilithe o. “beeld”, ohd. biladi, bilidi o. “beeld, gestalte, voorbeeld” (nhd. bild), os. bilithi o. “beeld, gestalte, teeken” (waaruit on. bilæ̂ti o., de. billede, zw. beläte), owfri. byld o. “beeld” (oofri. bilethia “vormen”). Men heeft gepoogd, wgerm. *biliþja- van *bi + *liþu- “lid” af te leiden, maar de semasiologische verklaring (“nachglied, nachgemachtes glied”. Kluge) is onbevredigend. Het aannemelijkst is de combinatie met de woordfamilie van billijk. De bett. “goed, behoorlijk” — “behoorend bij” — “gelijkend op” — “beeld” staan dicht bij elkaar. Ook on. billingr m. “tweeling” sluit zich bij deze woorden aan. Minder wsch. is de afl. van beeld van een germ. basis ƀel- resp. ƀil- “slaan”: beeld ospr. = “behouwen paal”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

beeld o., Mnl. beelde, Onfra. & Os. bilithi + Ohd. bilidi (Mhd. bilde, Nhd. bild): komt elders niet voor (On. bilǽti, Zw. beläte, De. billede komen uit Ndd.); oorspr. onbek.; wellicht een samenstelling met praefix be- en een collectief van lid; voor anderen verwant met billijk, met de bet. tweeling, evenbeeld.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

beeld ‘afbeelding, voorstelling’ -> Deens billede ‘afbeelding, voorstelling’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors bilde ‘afbeelding, voorstelling’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands beeld ‘afbeelding, voorstelling’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

beeld* afbeelding, voorstelling 0901-1000 [WPs]

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

beeld: in — zijn, komen (← Dui. im Bilde sein), in de belangstelling staan; aandacht krijgen. Aanvankelijk politiek jargon (voor het eerst opgenomen door Marco Bunge in diens Politiek Woordenboek, 1985), nu meer algemeen ingeburgerd.

Mijn eerste Tour-ritten raakten al een beetje in de vergetelheid. Nu ben ik weer helemaal in beeld. (De Volkskrant, 20/07/88)
Hij haalt daarmee steeds de publiciteit, met het gevolg dat hij veel meer ‘in beeld’ is dan Paulus VI. (Elsevier, 01/02/92)
‘Ik wil geen tweede Van Traa worden,’ reageert Verwilghen fel. De voorzitter van de Nederlandse IRT-commissie die de betrokkenheid van de politie bij drugstransporten onderzocht, is net als zijn Belgische collega een ogenblik prominent in beeld geweest. (HP/De Tijd, 25/04/97)
Toch kon je toen al zien waar het heen ging: de brute techniek werd langzaam achter het behang geplakt, terwijl de gebruiker meer in beeld kwam. (NRC Handelsblad, 25/04/97)
‘Aids’ werd door McNeill in 1976 nog niet besproken; deze ziekte kwam pas enkele jaren later in beeld. (Vrij Nederland, 21/06/97)
D’66 komt in beeld met de gezondheidszorg... (NRC Handelsblad, 17/04/98)
uit beeld raken is ‘uit de belangstelling raken’:
Ook bij Oranje raakte hij uit beeld. (Nieuwe Revu, 03/12/97)
Goeie trainers kunnen ook uit beeld raken. (Elsevier, 03/01/98)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut