Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bedstee - ((ingebouwde) slaapplaats)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bedstee zn. ‘(ingebouwde) slaapplaats’
Mnl. bed stat ‘slaapkamer’ [1240; Bern.], bedstat ‘slaapplaats’ [1380-1400; MNW-P], bedstede ‘ledikant’ [1380-1420; MNW], bedsteden (mv.) ‘bedden, ledikanten’ [1480; MNW-P]; vnnl. bedtstede ‘hemelbed’ [1571; WNT verhemelte], bedstede ‘ingebouwde slaapplaats’ [1634; WNT kantrechten]; nnl. bedstee [1723-30; WNT].
Gevormd uit → bed en stede, verbogen vorm van → stad ‘plaats’. Later ook met syncope van de intervocalische -d-.
Het zn. stad had in oudere taalfasen ook umlaut in de verbogen vormen van het enkelvoud; vandaar dat -stat en -stede naast elkaar voorkomen.
De betekenis ‘ingebouwde slaapplaats’ zal zeker eerder zijn dan 1634, maar blijkt niet expliciet uit de attestaties.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bedstee* [ingebouwde slaapplaats] {beddestat 1201-1250} van bed + stee.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bedstee ‘ingebouwde slaapplaats’ -> Creools-Engels (Maagdeneilanden) bedstead ‘bed’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bedstee* ingebouwde slaapplaats 1240 [Bern.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut