Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bedrog - (misleiding)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bedrog zn. ‘misleiding’
Mnl. bedroch ‘misleiding, bedrog’ [1265-70; CG II, Lut.K].
Ablautvorm (nultrap) bij de stam van het werkwoord → bedriegen.
Os. gidrog; ohd. bitroc ‘spook’ (nhd. Betrug ‘bedrog’); nfri. bedroch; < pgm. *-druga-; daarnaast met ablaut on. draugr ‘spook’.
In het Middelnederlands bestond ook (ge)droch ‘bedrog; visioen; geestverschijning, spook’: ghedroch [1287; CG II, Nat.Bl.D], zie ook → gedrocht.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bedrog* [bedriegerij] {bedroch 1265-1270} van bedriegen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bedrog znw. o., mnl. (be)droch ‘leugen, bedrog’, os. gidrog, ohd. gitroc ‘bedriegelijke schijn, spook’. — Zie: bedriegen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bedriegen ww., mnl. (be)drieghen. = onfr. bedriegan, ohd. (bi)triogan (nhd. (be)trügen), os. (bi)driogan, ofri. bidriâga “bedriegen”. Hiermede ablautend on. draugr m. “spook”. Met schwundstufe: ndl. bedrog o., mnl. bedrock (gh) o. naast gewoner droch o. “leugen, bedrog” (nnl. nog in drogreden, droggrond, droglicht), ook “spook, visioen” (in deze bet. vooral ghedroch) = ohd. bitroc, gitroc “spook” (gitroc ook “fallacio, fictio”; nhd. (be)trug m.), os. gidrog o. “id”. Verwant met ier. aurdrach “spook”, oi. drúhyati “hij probeert te benadeelen, berokkent leed”, av. družaiti “hij liegt, bedriegt”, oi. dró(g)ha- “hoon, benadeeling, verraad” en av. draoga- “leugenachtig, leugen” (formeel = on. draugr). Idg. dhrewe-gh- is een verlenging van dhrewe-, waarvan oi. dhrúti- “bedrog, verleiding”; zie verder bij dwerg. Met een formans d(h): lat. fraus, -dis “bedrog”. Zie droom en gedrocht. NB. Van een geheel ander germ. ðreuʒ- komt got. driugan “krijgsdienst verrichten”, ags. drêogan “volvoeren, verduren”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

bedrog o., + Hgd. betrug, van denz. stam als ’t meerv. imp. van bedriegen.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Driegen (stamwoord van bedriegen) van den Germ. wt. drug = misleiden, en dit van den Idg. wt. dhrugh = benadeelen. – Bedrog, gedrocht en droom zijn er aan verwant.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bedrog* bedriegerij 1265-1270 [CG Lut.K]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

500. Droomen zijn bedrog,

meestal gezegd tot iemand, die een onaangenamen droom gehad heeft. Deze meening vindt men in het Latijn reeds uitgedrukt door somnia ne cura, nam fallunt somnia plura (Bebel, 450); sompnia ne cures, nam fallunt sompnia plures (Werner, 94); vgl. mnl. droeme dat sijn bedroghen dinghe; verder Campen, 75: droem is droch; Sirach XXXIV, 3-7; Prov. Comm. 532: Men seit, droem en bediet niet; Sart. III, 3, 7: Droom is bedrogh, nochtans seijtse somtijts wat; Vondel, Jos. in Doth. 403: De droomen grenzen dicht aen ydelheit en logen; Gijsbr. v. Aemst. 759; Eerl. Pluckv. 255 a: Gij weet droomen is bedrogh, maer cackt in 't bedt gy vint het nochVoor dit toevoegsel zie Ndl. Wdb. VII, 900.; Tuinman I, 325: Droomen is bedrog; maar k.... in 't bed, gy vind het 's morgens noch; Harrebomée I, 34; Sewel, 196: Droomen zyn bedrog, dreams are lies; bij Teirl. 372: Droomen es bedrog, en as g'in ou bedde kakt, ligt 't er nog; zie ook Antw. Idiot. 1664; oostfri. dröm is 'n drog, 't was för hunderd jâr un 't is noch (Dirksen, I, 19); fr. tous songes sont mensonges, songe n'est que mensonge; hd. Träume sind Schäume; eng. dreams are idle things (or shadows).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut