Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bedroeven - (verdriet aandoen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bedroeven* [verdriet aandoen] {1265-1270 in de betekenis ‘benauwen’} van be- + dro(e)ven, drueven, drouven [bedroefd zijn, spijt hebben], middelnederduits bedroven, oudhoogduits truoben [droevig maken], oudengels drefan [verontrusten], gotisch drōbjan [in onrust brengen] (vgl. droef).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bedroeven ww., mnl. droeven ‘droevig zijn’, mnd. bedrȫven, os. gidrōƀian, ohd. truoben ‘troebel, verward, droevig maken’, oe. drēfan ‘in beweging brengen, verontrusten’, got. drōbjan ‘in onrust, oproer brengen’. — Zie: droef.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

droef bnw., mnl. droeve “duister, troebel, droevig”. = ohd. truobi “duister, troebel, onrustig” (nhd. trübe), os drôƀi “donker, somber, droevig”; vgl. verder ags. drôf “onrustig, in verwarring” en mnl. nnl. bedroeven (mnl. droeven = “droevig zijn”), ohd. truoben “troebel, verward, bedroefd maken” (nhd trüben), os. gi-drôƀian “verontrusten” (drôƀian intrans.), ags. drêfan “in beweging brengen, verontrusten”, got. drobjan “in onrust, oproer brengen”. Men vergelijkt drab(be) en draf wel, zie aldaar en vgl. zw. dial. drôv o. “drabbe, droesem”. Van ouds is bij germ. ðrôƀ het begrip van “verwarring, onrust” overheerschend, derhalve is de combinatie met gr. tarakhḗ “verwarring”, thrássō “ik breng in onrust”, lit. dírgti “in de war raken”, dérgti “slecht weer zijn” niet onaannemelijk: idg. dherā̆x-gh- naast dherāxz-bh-. Van dherā̆z-gh- ook deze woorden voor “bezinksel”: on. dregg v. (waarvan eng. dregs), obg. droždĭję mv., opr. dragios id., alb. drâ.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bedroeven ‘verdriet aandoen’ -> Deens bedrøve ‘verdriet aandoen’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors bedrøve ‘verdriet aandoen’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds bedröva ‘verdrietig zijn’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bedroeven* verdriet aandoen 1265-1270 [CG Lut.K]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut