Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bedrijvig - (altijd bezig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bedrijven ww. ‘doen, verrichten’
Mnl. bedriuen ‘besturen, regelen’ [1282; CG I, 640], ‘doen, uitvoeren’ [1285; CG II, Rijmb.] ‘(land) bewerken’ [1303; MNHWS], ‘brengen, drijven’ [1300-25; MNW-R], ‘bewerkstelligen’ [1350-1410; MNW].
Afleiding met → be- van het werkwoord → drijven; zie ook → bedrijf, → bedreven.
Mnd. bedriven ‘bedrijven, beheren, vee weiden, drijven, uitoefenen, misleiden, omkopen’; nhd. betreiben ‘bedrijven’; nfri. bedriuwe.
bedrijvig bn. ‘ijverig, altijd bezig’. Nnl. bedrijvig ‘id.’ [1832; WNT wijkbeld]. Afleiding van bedrijven met het achtervoegsel → -ig.

EWN: bedrijven ww. 'doen, verrichten' (1282)
ANTEDATERING: [b]edriuen 'een bedrijf uitoefenen' [1278; VMNW]
EWN: ♦ bedrijvig bn. 'ijverig, altijd bezig' (1832)
ANTEDATERING: vnnl. eerst bedryvigheyt 'bezigheid' [1539; Erné/Van Dis 1, 156]
Later: bedryvig 'werkzaam' [1721; Boekzaal 1, 514] (EWN: 1832)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

bedrywig b.nw.
1. Werksaam, ywerig, druk besig. 2. Druk, met baie handel en nywerheid.
Uit Ndl. bedrijvig (al Mnl. in bet. 1, 1860 - 1875 in bet. 2). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut