Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bedrieger - (iemand die bedriegt)

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bedrieger ‘iemand die bedriegt’ -> Negerhollands bedrieger ‘iemand die bedriegt’.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1748. Een overvlieger.

Een in de late middeleeuwen bij Froissart I, 65 voorkomende benaming van iemand, die boven anderen uitmuntBij Froissart in het slechte; aldaar beteekent het volgens Mnl. Wdb. V, 2327 waarschijnlijk belhamel; in de 16de eeuw komt het eveneens in eene ongunstige beteekenis voor, namelijk in die van bedrieger, wellusteling (zie Taal- en Letterbode IV, 214; Oudemans V, 532).. Zie ook Kiliaen: Overvliegher, perceler, velox et agilis supra modum: strenuus in primis; Plantijn: Een overvlieger, un voleur, qui vole de vistesse, homme habile; Sart. I, 9, 89: Ghy sult een overvlieger werden, evades in virum praecellentem et eximium; De Brune, Bank. II, 186; Halma, 490: Overvlieger, een uitsteekend man in eenige kunst; Sewel, 624; Ndl. Wdb. XI, 2170; Schuerm. Bijv. 250 a: overvlieger, die gemakkelijk leert; oostfri. aferflêger; fri. oerfleaner, oerfljugger. Vgl. ook het 17de-eeuwsche syn. overkijker en ons hoogvlieger, gewoonlijk in de uitdr. hij is geen hoogvlieger, hij timmert niet hoogEen hoogvlieger is eigenlijk een soort (tamme) duif, die zeer hoog vliegt; in Zuid-Nederland ook een leeuwerik (Schuermans, 193; Bijv. 126)..

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut