Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bedot - (gefopt, in de war)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

bedot, pidot, beduut, zn.: verstoppertje. Van bedodden ‘bedriegen’. Ook hoddebedot. Beduut kan een strekvorm zijn van buut.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2bedot b.nw. (geselstaal)
Mal, nie by jou sinne nie.
Uit Ndl. bedot (1672), die verlede dw. van bedotten 'bedot' (sien 1bedot).

Hosted by Meertens Instituut