Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bedijen - (voorspoedig groeien)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bedijen*, bedijgen [voorspoedig groeien] {bediën 1321, bedijgen 1642} variant van gedijen; de g in de vorm bedijgen is afkomstig van de verbogen vorm, zoals bij tijgen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

bedijgen (DB), ww.: worden, groeien, gedijen. Mnl. bedien ‘worden, groeien, gedijen’; Vroegnnl. bedijden ‘fieri’; bedijden/bedijghen ‘augescere, augeri, bene provenire, proficere’. Bedijden i.p.v. bedijen is hypercorrect (vgl. kastijden < castiën), bedijgen kan ook hypercorrect zijn, maar is vooral te verklaren door het volt. dw. bedegen (vgl. tijgen < tien). Met voorvoegsel be- hetzelfde woord als gedijen, D. gedeihen. Got. þeihan, Os. thïhan, Oe. þêon, Ohd. thïhan, Onl. thïon ‘overvloedig zijn’, Mhd. dihen, Mnd., Mnl. dien, Ndl. dijen. Idg. wortel *tenk ‘zich samentrekken, dicht worden’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut