Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bazuinkoor - (muziekband met met name blaasinstrumenten)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

bazuin’koor (het, -koren), bandje van variabele samenstelling met blaasinstrumenten in de hoofdrol, dat huldigingen e.d. verzorgt. Het Creoolse* gemeenteleven ontwikkelde eigen karakteristieke trekken: gebedsverenigingen* () voor geestelijk leven en sociale zorg, (), verjarihoso* met bazuinkoor en morgenzegen*, enz. (Enc.Sur. 186). - Etym.: Aanvankelijk ging het om een zuivere E.B.G.*-aangelegenheid en betrof het alleen godsdienstige muziek, later is het wereldlijke element erbij gekomen en een steeds grotere rol gaan spelen. Er zijn twee verklaringen voor het woord mogelijk: (a) Vert. van D Posaunenchor (een typisch Duits E.B.G.-woord), dat is een groep (Chor) koperblazers, i.h.b. met trombones (Posaunen). (b) (mond. meded.) Huldigingen werden eertijds alleen verzorgd door een zangkoor. De eerste instrumentale groep (in de dertiger jaren van deze eeuw), met viool in de hoofdrol, noemde zich ‘bazuincorps’ (‘bazuin’ gaf bijbelse associaties), wat door de burgers naar het voorbeeld van ‘zangkoor’ veranderd werd in ‘bazuinkoor’. Met de verschuiving naar meer wereldlijke muziek, verschoof ook de samenstelling in de richting van de koperblazers. - Zie ook: verrassing*.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut