Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bazooka - (antitankwapen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bazooka zn. ‘antitankwapen’
Nnl. bazooka ‘tankbestrijdingsmiddel’ [1948; WNT Aanv.], ‘anti-tankwapen; soort handgranaat’ [1952; Wolters DN].
Ontleend aan Amerikaans-Engels bazooka ‘anti-tankwapen’ [1942], eerder al ‘tromboneachtig muziekinstrument’ [1935]; het antitankwapen is vanwege de vorm van de lanceerbuis naar het muziekinstrument genoemd. Bazooka is wrsch. een variant van bazoo ‘mondtrompet’ [1877; BDE], dat ontleend is aan Nederlands → bazuin. Er bestaat ook een kazoo [1884; BDE], waarmee hetzelfde instrument wordt aangeduid, dat bestaat uit een buis waarop of waarin een membraan is geplaatst; als men in het instrument zingt of zoemt, produceert het een nasaal en komisch aandoend geluid. De herkomst van kazoo enz. is niet duidelijk, maar is mogelijk klanknabootsend. Mogelijk is bazooka een mengvorm van deze twee woorden.
De mengvorm bazooka is misschien bedacht door de Amerikaanse komiek Bob Burns, die de gekste dingen uithaalde met woorden en kazoo's en het instrument rond 1935 populair maakte.

EWN: bazooka zn. 'antitankwapen' (1948)
ANTEDATERING: eerst uit zijn "bazooka", een voorhistorisch muziekinstrument [1937; Leidsch dagblad (Ld) 5/3]
Later: een soort klein kanon, door de soldaten gedoopt "Bazooka" [1943; Amigoe di Curaçao (KB) 29/3] (EWN: 1948)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bazooka [antitankwapen] {na 1950} < engels bazooka, verlenging van bazoo, de naam die de Amerikaanse komiek Bob Burns († 1956) gaf aan een door hem uitgevonden grappig blaasinstrument, dat o.a. uit een retort en een tweetal gasbuizen bestond.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

bazooka s.nw.
Draagbare vuurpyllanseerdeer, veral gebruik teen pantservoertuie.
Uit Eng. bazooka (1935).
Eng. bazooka is 'n verlenging van bazoo, die naam vir die pypvormige musiekinstrument deur die Amer. komediant Bob Burns (oorlede 1956) ontwerp, en waaraan die bazooka herinner.
D. Bazooka, Fr. bazooka, Ndl. bazooka.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

bazooka (Engels bazooka)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bazooka antitankwapen 1948 [Aanv WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal