Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

batist - (fijn lijnwaad)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

batist zn. ‘fijn lijnwaad’
Nnl. (bn.) batisten ‘van batist’ [1838; WNT], (zn.) batist [1840; WNT].
Ontleend aan Frans batiste [1590; Rey], eerder batisse, Picardisch batiche ‘fijn linnen’ [1401], dit zou een afleiding zijn van de eigennaam (Jean) Baptiste (zie → baptist) en verwijzen naar de persoon die deze stof in de 13e eeuw in Kamerijk voor het eerst fabriceerde, maar hiervoor bestaan geen historische bewijzen (Rey). Waarschijnlijker is dat het woord is afgeleid van het ww. battre ‘slaan’ (zie → batterij), dat in het Oudfrans ook regelmatig voorkomt in de betekenis ‘wol kaarden’; de uitgang -isse (Picardisch -iche) wordt bij textiel gebruikt om een bn. van een werkwoord af te leiden. De naam van de stof zou dan verwijzen naar de wijze van vervaardigen. De moderne vorm batiste kan wel beïnvloed zijn door de eigennaam.
De Engelse naam voor deze stof is cambric [1385; BDE], afgeleid van de plaatsnaam Kamerijk, Frans Cambrai (FV); in Kamerijk werd inderdaad voor het eerst dergelijk fijn linnen vervaardigd.
Lit.: Sanders 1995

EWN: batist zn. 'fijn lijnwaad' (1838)
ANTEDATERING: een Kapje met een batist strookje op het hoofd [1749; 's Gravenhaegsche courant (KB) 10/1]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

batist [zacht doek] {1840} volgens de overlevering genoemd naar de wever Baptiste, die in de 13e eeuw in Kamerijk werkte; het engels cambric [batist] klopt hiermee: het is afgeleid van Kamerijk.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

batist znw. o., na Kiliaen ontleend < fra. batiste. Men neemt aan dat het woord herkomstig is van de naam Baptiste van een Kamerijks manufacturier, die in de 13de eeuw geleefd zou hebben. Reeds 1401 wordt soye batiche vermeld.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

batist znw. o., nog niet bij Kil. Uit fr. batiste, ospr. de naam van een fabrikant te Kamerijk uit de 13. eeuw.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

batist. Die fabrikant zou nl. Baptiste (Cambray) geheten hebben.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

batist o., uit Fr. batiste, naar Batiste Cambray, beroemden wever uit de 13e eeuw; z. kamerdoek.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

betis: – batis –, “vlasveselweefsel”; Ndl. batist (sedert 16e eeu) uit Fr. batiste, na die naam v. d. fabrikant, Baptiste van Kameryk (na lg. plek is die tekstielstof kamerdoek vernoem).

Thematische woordenboeken

E. Sanders (1993), Eponiemenwoordenboek: Woorden die teruggaan op historische personen, Amsterdam

batist, zeer fijn en zacht doek, naar de 13de-eeuwse wever Jean Baptiste uit Kamerijk;
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

batist ‘fijn linnen’ -> Indonesisch batis ‘fijn linnen’; Javaans bartis ‘fijn linnen’; Soendanees batis ‘fijn linnen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

batist zacht doek 1827-1830 [Olivier, Land- en zeetogten in Nederland's Indië]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut