Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

batavier - (Germaanse stam)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

Bataaf [Germaanse bewoner van Nederland] {1798} < latijn Batavi [Bataven, de germ. stam in de Betuwe, ook Batavieren genoemd].

Batavieren [Germaanse stam] {1610} < latijn Batavi [Bataven]. De vorm Batavieren ontstond naast Batavië (< latijn Batavia, eig. regio, gebied der Bataven, Betuwe) naar analogie van bv. Arabieren naast ArabiëBataaf.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

battevier, zn.: onbehouwen persoon. Vgl. Vl. en Br. battevieren ‘luidruchtig slaan, kijven, vechten’. Battevier < Batavier, inwoner van Batavië, naast Bataaf. De Bataven waren een Germaanse stam in Nederland, m.n. in de Betuwe < Batavia. De Batavieren zullen een reputatie van ruwheid en driestheid hebben gehad. Vgl. Kortrijks: gaan lijk ‘n batte vier < gaan lik nen Batavier ‘flink doorstappen’.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

bontavie, zn.: met epenthetische n uit battevie, zie battevieren.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

Bataaf, Batavier: onbeschaafd persoon. De Bataven of Batavieren waren de Germaanse bewoners van Nederland in de Romeinse tijd. In feite waren zij de stamvaders van de Nederlandse natie. Ze kwamen op houtvlotten de Rijn afvaren en hadden de reputatie erg krijgshaftig te zijn. Sedert de achttiende eeuw wordt het woord ook gebruikt voor een Nederlander, vooral in de meervoudsvorm. Bilderdijk schreef ooit: ‘Bataven, kent uw spraak en heel haar overvloed!’

‘Batavieren’ te zeggen was streng verboden. ‘Bataven, zeg ik! Batavi in het Latijn, praat jullie van Romanieren? Als je zoo’n man in de Kalverstraat hadt zien loopen en je hadt geroepen: hé Batavier, dan had-ie je niet gehoord en gedacht: Stik vent. Maar als je geroepen hadt: ‘hé Batauwer’ dan had-ie zich omgedraaid, was na je toegekomen, had z’n petje afgenomen en gevraagd: Wat belieft-u, meneer?’ (Aegidius W. Timmerman, Tim’s herinneringen, 1938)
‘Sinjaal geven sufferd!’ riep ik de gezonnebrilde kapitein na.
‘Batavier!’ is het antwoord. (Ben Borgart, De vuilnisroos, 1972)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

Batavier ‘Germaanse bewoner van Nederland’ -> Deens † bataver ‘Nederlander’; Noors bataver ‘lid van een Germaans volk in de Rijndelta; (poëtisch) Nederlander’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal