Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bataljon - (deel van een regiment infanterie)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bataljon zn. ‘deel van een regiment infanterie’
Vnnl. battaillon ‘deel van een regiment infanterie’ [1592; Schulten 1966].
Ontleend aan Frans bataillon ‘troep militairen’ [1543; Rey] < Italiaans battaglione ‘groot eskadron’ [1500-25; Rey], een vergrotingsvorm van battaglia ‘troep, veldslag’ < Laatlatijn batalia ‘(veld)slag’, Latijn batuālia ‘schermoefeningen’, een afleiding van het Latijnse werkwoord battuere ‘slaan, vechten, schermen’, zie → batterij.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bataljon [troepeneenheid] {bataillon 1592} < frans bataillon < italiaans battaglione [groep krijgslieden], van battaglia [gevecht], van latijn batt(u)ere [slaan, vechten] (vgl. abattoir).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bataillon znw. o., in de 17de eeuw < fra. bataillon < ital. battaglione gevormd van battaglia ‘gevechtstroep’ in de zin van een ‘toegevoegde legerafdeling’.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† bataljon znw. o., in de 17e eeuw ontleend uit fr. bataillon. Ook in andere talen ontleend.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

bataljon s.nw.
Deel van 'n infanteriebrigade wat weer verdeel word in kompanjieë.
Uit Ndl. bataljon (1681).
D. Bataillon (17de eeu), Eng. battalion (1589), Fr. bataillon.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

bataljon (Frans bataillon)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bataljon ‘troepeneenheid’ -> Indonesisch batalion, batalyon ‘troepeneenheid’; Atjehnees pataliōn ‘troepeneenheid’; Boeginees batalîong ‘troepeneenheid’; Minangkabaus batalion ‘troepeneenheid’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bataljon troepeneenheid 1592 [Schulten Tw. 9] <Frans

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

975. Van 't houtje zijn,

d.w.z. Roomsch-Katholiek zijn; fri. fen 't houtsje wêze; eig. behooren tot degenen, die het kruishout, als teeken der verlossing, hoog vereeren. Ook hoort men hiervoor zeggen van nommer tien zijn (Harrebomée II, 128) of van het tiende bataljon zijn, eene zinspeling op het kruisteeken; toffelmones zijnZie Tijdschrift voor Taal en Letteren, IX, 125; X, 84; 37 (chattes-jemône); Prol. 15: Zoo benne ze allemaal die toffelmones benne; van jongs af an worde ze bedonderd door de kerk; A. Jodenh., 32: Met zoo'n effe tofelemone gezig het Zwaap ze uitgeleide gedaan tot an de deur; bl. 36: Daar staane me op 'n kast allemaal groote jijzelebeelde en Moeder-maria-koppe en nog meer toofelmone dinge; Kluge, Rotw. 297: doflemonisch; vgl. ook p. 207 en 287; Voorzanger en Polak, 309: topheil èmunoh, afwijkend geloof.; zie Laurillard, 53 noot en vgl. Sjof. 191: Die knul was roomsch en de patroon was ook van 't houtje; bl. 198: As-t-ie maar van 't houtje was geweest; as-t-ie maar gedaan had als de meesterknecht en roomsch geworden was; Speenhoff VI, 43: Kuyper, Kuyper, fiere Kuyper, Hollandsche Napoleon, vraag de Heeren van 't houtje medelijden als het kon; Het Volk, 24 Oct. 1913, p. 5 k. 1: De S.D.A.P. trok aan 't touwtje! maar ook de lui die van 't houtje en zij, die fijn Protestant zijn, zouden nu bij-de-hand zijn; Nkr. V, 24 Juni, p. 6: Kolkman plus twee Regouts die zijn met hun drieën van 't houtje; Ndl. Wdb. VI, 1175.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut