Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

baskopoe - (bruine bosvogel)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

bas’kopoe (de, -s), roodkeelwinterkoning (Grzimek IX: 250) of zangwinterkoning, een bruine bosvogel die buitengewoon mooi zingt (Cyphorhinus arada). In de kolonie* staan de Organist Hegzangers bekend als Basie Koepoe, een naam afkomstig van een zekere Baas Cooper, een sedert lang overleden, maar in zijn tijd zóó beroemde klarinetspeler, dat zijn naam bij het nageslacht nog voortleeft als het synoniem van musikaal talent () (P&P 1910: 530). - Etym.: (a) Zie cit. (b) Bubberman (148): Baskopu, afgeleid van het woord baas-kopro, de man met het koper, wijst op deze muzikale ontspanning [koperblaasmuziek] in de goudvelden*. - Syn.: kaptein* Kofi, soldatenvogel*.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut