Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

basilicum - (kruid (Ocimum basilicum))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

basilicum zn. ‘kruid (Ocimum basilicum)’
Mnl. basilica is gut den di luttel worm anedat lif cumet sclapende ‘basilicum is goed voor hen, in wier lijf in de slaap wormpjes binnendringen’ [1250; CG II, Gen.rec.]; vnnl. basilicom [1599; Kil.]; nnl. basilicom, -cum en basilie-, bazielkruid (WNT).
Ontleend aan Latijn basilicum, de gesubstantiveerde onzijdige vorm van basilicus ‘koninklijk, vorstelijk’ < Grieks basilikón, de onzijdige vorm van basilikós (basilikón phutón ‘koninklijke plant’) bij Grieks basileús ‘koning, vorst’ (vandaar ook het synoniem koningskruid voor ‘basilicum’), zie → basilisk. De variaties in vorm worden door de verschillende vernederlandsingen van het Latijnse woord veroorzaakt.
Het Griekse woord (zie ook Myceens qa-si-re-u = gwasileús) schijnt oorspr. ‘lokaal vorst, chef, hoofdman’ te hebben betekend. De aanduiding basilicus ‘koninklijk’ zou aan het kruid ōcimum zijn toegevoegd vanwege de edele geur. Wrsch. vanwege de formele overeenkomst werd basilicum, eenmaal verward met basilisca ‘een tegen het gif van de basilisk helpend kruid (herba regia)’, in de Middeleeuwen beschouwd als een remedie tegen beten van de basilisk of slangdraak.

EWN: basilicum zn. 'kruid (Ocimum basilicum)'; de vormen basilicom (1599) en basilicum (z.j.)
ANTEDATERING: Basilicom en Basilie [1543; Fuchs, cap. CCVIII] en daermen ... den Basilicum in plant [1605; Boccaccio, 99]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

basilicum [bazielkruid] {1250} < modern latijn basilicum < grieks basilikon (phuton), (phuton [plant]), o. van basilikos [van de koning], van basileus [koning].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

bresilekom (G), zn. m.: zalf (voor zweren). Verhaspeling van unguentum basilicum.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

basilicum (Latijn basilicum)

C.A. Backer (1936), Verklarend woordenboek van wetenschappelijke plantennamen

basílicum (znw.), - van Gr. basilĭkos (van basileus, koning), koninklijk: koninklijk kruid, koningskruid. De naam zinspeelt op de geneeskrachtige eigenschappen. Vgl. Dodoens, Cruydeboeck, 2e druk (1563), 206: “Plinius schrijft dat Basilicom ingenomen der maghen seer goet ende bequaem es, ende dat hy met azijn gedroncken die winden verdrijft endĕ dat ripsemen ende opworpen van der maghen stilt, ende die vrine doet lossen, ende mits dyen goet es den watersughtigen ende die de geelsucht hebben. Die medecyns dezer tyt scrijven den Basilicom toe, dat hy het herte ende thooft sterckt, blijscap ende vrolickheyt maeckt, goet es alle swaere melancoluese menschen ende, met wijn ingenomen den verouderden hoest gheneest. . . . Basilicom met azijn ghewreven ende voor die nuese ghehouwen brengt dieghene die in onmacht zijn weder om tot huer selven. Ende tsaet daer af gheroken doet den mensche niesen.”

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

basilicum bazielkruid 1250 [CG II1 Gen.rec.] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut