Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

base - (stof met een lage zuurgraad)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

base zn. ‘stof met een lage zuurgraad’
Nnl. base ‘id.’ [1888; WNT zout I], ouder basis ‘loog’ [1847; Kramers].
Via Frans base ‘loog’ [1808; Rey], eerder al ‘basis, onderste gedeelte’ [ca. 1160], ontleend aan Latijn basis < Grieks básis ‘het gaan; maat, fundament’, zie → basis. De oudere vorm basis is rechtstreeks aan het Latijn ontleend.
Base is in het Frans het algemene woord voor ‘basis’. De scheikundige betekenis is daar slechts een specifieke betekenis van het woord. In de 18e eeuw zette men basen aan de basis van een hiërarchie die stoffen verdeelde in enerzijds stabielere stoffen (bijv. de edelmetalen) en anderzijds de minder stabiele stoffen (bijv. de alkalimetalen). Later [1808; Rey] definieert men een base als een stof die in een chemische reactie met een zuur water en een zout kan vormen. In het Nederlands is hiervoor nog lang het woord basis gebruikt, maar Kramers [1847] vermeldt al wel een afleiding baseïteit, wat erop kan wijzen, dat base ook toen al in gebruik was.
basisch ‘de eigenschap van een base hebbend; met een pH hoger dan 7’. Nnl. basisch ‘id.’ [1834; WNT zuurstof]. Afleiding van basis ‘base’ of van base.

EWN: base zn. 'stof met een lage zuurgraad' (1888)
ANTEDATERING: melkzuer ... aen basen verbonden [1854; Koehler, 16]
Eerder: "basis" 'restant van keukenzout na vervliegen van het zuur' [1766; Vad.lett. 1, 456] (EWN: 1847)
EWN: ♦ basisch 'de eigenschap van een base hebbend; met een pH hoger dan 7' (1834)
ANTEDATERING: (A) grondstoffige (basische) ... (B) middenzoutige of onzijdige zouten ... (C) zure zouten [1789; Pichler, 173]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

base [chemische term] {1863} heeft dezelfde etymologie als basis.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

base (Frans base)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Base (Lat. básis = Gr. βάσις (básis) = voetstuk, fundament). Fundament voor de vorming van een zout; chemische stof die met een zuur of oxyde een zout kan vormen. Het bijbehorend adjectief is basisch.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

base loog 1863 [KKU] <Frans

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

base (← Eng.), gekookte cocaïne.

In een portiek, schuin tegenover de bar, verwarmden rasta’s met een aansteker ‘base’ op een lepeltje. (Jan Brokken: De blinde passagiers, 1995)
Het feit dat dealers steeds vaker kant en klare ‘base’ op straat verkopen is voor een deel ook het gevolg van het opjaagbeleid. (Nieuwe Revu, 02/01/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal