Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

baron - (edelman)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

baron zn. ‘edelman’
Mnl. baroen ‘man, leenman, edelman, rijksgrote, ridder’ [1220-40; CG II, Aiol]; vnnl. baroen ‘drager van een bepaalde adellijke titel’ [1599; Kil.], baron ‘man van adel’ [1621; WNT].
Ontleend aan Oudfrans baron ‘vrij man, edelman’ [10e eeuw], overgenomen uit Frankisch *baro ‘vrij man’.
Mhd. bar (nomen agentis) ‘vrij man’; on. berjask ‘strijden’, bardagi ‘strijd’; < pgm. *bara(n) ‘vrij man, soldaat’, bij de wortel pie. *bherH- ‘slaan’, zie → boren.
De Middelnederlandse betekenis had een ruim bereik: het woord duidde zowel de vorst als zijn mannen aan; soms werden er ook geestelijken, volgelingen van Jezus en heiligen mee aangeduid (MNHW). De betekenis ‘man van adel’ is rond de 5e eeuw door de Franken in Noord-Gallië geïntroduceerd. Zij duidden de belangrijkste man onder de koning aan met sacebarō. Dit is een samenstelling uit *saka (zie → zaak) en baro ‘man’. Het woord baron werd later gereserveerd voor de rang tussen graaf en jonkheer.
Het klassiek Latijn had al eerder een woord baro met de betekenis ‘domoor’, dat soms ten onrechte met baron in verband werd gebracht; uit dit baro ontwikkelde zich Italiaans barone ‘schurk’.
barones zn. ‘vrouw die met een baron getrouwd is of de titel heeft geërfd’. Vnnl. baroenes [1642; WNT]; nnl. baronnes [1721; WNT]. Ontleend aan Middelfrans baronesse. In het Frans bleef deze vorm (reeds Oudfrans) bestaan tot in de 16e eeuw, naast het sinds de 13e eeuw opkomende baronne. Wrsch. heeft het Nederlands de vorm baronesse ontleend omdat deze formeel duidelijker onderscheiden is van baron dan baronne. Een alleen in het Middelnederlands voorkomende vorm baroninne ‘gemalin van een rijksgrote’ [MNHW] steunt misschien de hypothese dat ontlening aan het Frans nodig was. In ieder geval is men in het Nederlands niet zelfstandig de uitgang → -es gaan gebruiken om een vrouwelijke vorm voor baron te creëren (bijv. naar analogie van prins, prinses). Mogelijk zijn zowel Vroegnieuwhoogduits Baronesse [1691] als Zweeds baronessa [1685] en Deens baronesse aan het Nederlands ontleend. ♦ baronie zn. ‘grondgebied van baron’. Mnl. baronie, barnage ‘verzamelde rijksgroten’ [MNHW], bernaje [ca. 1350; MNHWS]; vnnl. baroeny [1642; WNT]. Ontleend aan Oudfrans baronnie ‘domein van een baron’ [eind 12e eeuw], barnage, afleiding van baron. Hiernaast ook middeleeuws Latijn baronia ‘heerlijk recht, baronie’; Middelengels barony ‘domein van een baron’ [1297]. ♦ -baron duikt geregeld op als tweede deel van nieuwe samenstellingen waarmee economisch machtige mannen aangeduid worden: oliebaron zn. [1984; Dale], drugbaron zn. [1991; Dale NN]. Ook het Engels kent deze betekenis (bijv. coal baron ‘kolenmagnaat’).
Lit.: G. von Ölberg (1991) Die Bezeichnungen für soziale Stände, Schichten und Gruppen in den Leges Barbarorum (= Arbeiten zur Mittelalterforschung 11) Berlin, 97-105; E. Ohmann (1974) ‘Kleine Beiträge zum deutschen Wörterbuch, XXI’, in: Neuphilologische Mitteilungen LXXV, 1-3

EWN: baron zn. 'edelman'; de vorm baron (1621)
ANTEDATERING: hi stond als Baron ghestelt in den boec van den guldebroedren [1399; iMNW gildebroeder]
EWN: ♦ baronie zn. 'grondgebied van baron'; de vorm baronie (z.j.)
ANTEDATERING: de baronie 'de verzamelde baronnen' [1300-1400; MNW-R]
EWN: ♦ -baron tweede deel van nieuwe samenstellingen waarmee economisch machtige mannen aangeduid worden (1984)
ANTEDATERING: Geen Suikerbaron, geen Koffilord ... kon jou helpen! [1865; Vad.lett. 1, 196]
Later: olie-baronnen [1924; De tribune (KB) 1/2] (EWN: 1984); het wel of niet uitleveren van drugsbaronnen [1988; De waarheid (KB) 11/7] (EWN: 1991)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

baron [adellijke rang] {baroen [leenman, edelman] 1201-1250} < frans baron < middeleeuws latijn baronem, 4e nv. van baro, uit het germ., vgl. oudhoogduits baro [(krijgs)man], van berian [slaan], oudnoors berja [slaan].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

baron znw. m. < fra. baron < mlat. baro. Dit is het ohd. baro ‘man’, in het bijzonder ‘strijdbaar man’ daar het behoort tot germ. berjan ‘slaan’, waarvoor zie: barg en boren. — Eerst in de 12de eeuw komt de bet. ‘man van edele afkomst’ naar voren.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

baron znw. Ontleend uit fr. baron, evenals nhd. baron m. Vroeger was dit fr. woord nog al eens ontleend als mhd. barûn, mnl. baroen m. “edelman”. Fr. baron, it. barone, mlat. baro “edelman” is niet = lat. baro “domoor, legerknecht”, maar uit ohd. baro m. “heer” ontleend. Dit is wsch. een nomen agentis bij germ. ƀar- “slaan, strijden”: on. berja “slaan”, berjask “strijden”, bardagi m. “strijd”, verwant met lat. ferio “ik sla”, gr. phárō “ik splijt, sla stuk”, obg. borją, brati “strijden”; wellicht hooren hierbij ook ier. bara “toorn”, lit. barù, bárti “schelden”, oi. bhartsati “hij dreigt, scheldt”. Zie verder boren en baar III.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

baron. Gr. phárō ‘ik splijt, sla stuk’ is niet voldoende gelegitimeerd; wil men een gr. woord van dezelfde verwantschap, dan kan men pháros ‘ploeg’ nemen: Hesseling Neophil. 6, 217.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

baron m., Mnl. baroen, uit Fr. baron, Mlat. baronem, accus. van baro (Ofra. ber), uit Ohd. baro = man of Ohd.-Os. barn = kind: voor deze laatste veronderstelling cf. de bet. van Mnl. kind en Rom. infante. Baro wordt met de bet. strijder bij Ohd. berian, On. berja = slaan, gebracht (z. beer 3) — Ohd., Os., On., Zw., De., Go. barn, Ags. bearn is een afl. van *beren: z. baren.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

baron ‘adellijke rang’ (Frans baron); ‘industriële topfiguur’ (Engels baron)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

baron ‘adellijke titel’ -> Russisch Barónsk ‘oude naam voor de plaats Marx(stadt) in het Duitse Wolgagebied, genoemd naar de stichter, de Nederlandse baron Beauregard’; Azeri baron ‘adellijke titel’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

baron adellijke titel 1240 [Bern.] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut