Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

barkoen - (stut)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

berkoen [stut] {barcoen, bercoen, brancoen 1420} < oudfrans bracon [boomtak, stut].

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

barkoen v. (soort van balk), Mnl. barcoen en braccoen, uit Fr. bracon: oorspr. onbek. Sommigen zien barcoen voor een ander woord aan dan braccoen en brengen het tot balcon met de bet. van grooten balk.

barkoen v. (soort van balk), Mnl. barcoen en braccoen, uit Fr. bracon: oorspr. onbek. Sommigen zien barcoen voor een ander woord aan dan braccoen en brengen het tot balcon met de bet. van grooten balk.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

berkoenpale, perkoenpale, kerpoenpale, per(re)poenpale zn. v.: perkoen(paal), paal van de zeewering. Met normale ar/er-wisseling < barkoen; parkoen, met b/p-verscherping uit Mnl. barcoen, bercoen ‘rondhout, parkoenpaal’, met metathesis < Mnl. brackoen, brancoen ‘balk, steunbalk’ < Ofr. bracon ‘staak, paal, sluisbalk’, Pic. (Rouchi) bracon ‘stut’ < Mnd. brako ‘staakhout’. Kerpoenpale door metathesis en perpoenpale met p-perseveratie.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

perkoen (W), zn. m.: paal, balk (scheepsterm). Met normale ar/er-wisseling < parkoen, met b/p-verscherping uit Mnl. barcoen, bercoen 'rondhout, parkoenpaal', met metathesis < Mnl. brackoen, brancoen 'balk, steunbalk' < Ofr. bracon 'taak, paal, sluisbalk', Pic. (Rouchi) bracon 'stut' < Mnd. brako 'staakhout'. Samenst. perkoenpale (ZV), met metathesis kerpoenpale (ZV) en met p-anticipatie (of perseveratie, naar gelang van de vorm waarvan uitgegaan wordt) perrepoenpaal (A).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

barkoen ‘(verouderd) soort dwarsbalk, stut’ -> Duits Barkun, Balkuner ‘houten kraan’; Deens barkun ‘lange vierkante duimstok’; Noors † barkon ‘lange vierkante duimstok’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut