Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

barkasroeier - (geestelijke of vlootpredikant)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

barkasroeier: (marinetaal, verouderd) geestelijke of vlootpredikant. Barkas is de grootste sloep aan boord van het schip. Vgl. bijbelmajoor*, hemeldragonder*

Barkasroeier (roeier in de grootste sloep: de barkas). Is eigenlijk een scheldnaam, zooals ‘Hemeldragonder’‘ en ‘Stoker van de Harwichboot’, alle drie toepasselijk op geestelijken in het algemeen. Deze laatste uitdrukking is beslist geen marineterm. Men zegt wel eens, dat ‘Barkasroeier’ de bijnaam is voor den vloot-predikant en ‘Hemeldragonder’ voor den vlootaalmoezenier. De bijnaam ‘Barkasroeier’ is echter veel ouder dan het instituut van vlootpredikanten en vlootaalmoezeniers, dat van 1921 dateert. Zeer waarschijnlijk is de bijnaam ‘Barkasroeier’ ontstaan in 1904, toen de Christ. Officieren-Ver. van de landmacht, een domme bereid vond zich met de zielszorg voor den christelijken schepeling bezig te houden. ‘Barkasroeier’ en ‘Hemeldragonder’ hebben als scheldnaam bij de marine weinig aftrek gevonden. Een andere lezing is, dat ‘barkasroeier’ als bijnaam (niet als scheldwoord) voor geestelijken, veel en veel ouder is en reeds vóór 1877 aan boord gebruikt werd. (Albert Chambron, Marinetermen, 1941)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal