Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

barbertje - (mandje van draadwerk dat onder een kastplank kan worden gehangen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

barbertje zn. ‘mandje van draadwerk dat onder een kastplank kan worden gehangen’
Nnl. barbertje ‘hangmandje’ [1968; WNT Aanv.].
In de betekenis ‘mandje’ is dit woord een terugvorming uit de oudere uitdrukking Barbertje moet hangen [1950; Dale]; wrsch. is daarvoor de oorspronkelijke fabrikant Tomado verantwoordelijk: het mandje was bedoelt om, letterlijk, te hangen. De uitdrukking Barbertje moet hangen ‘iemand moet er hoe dan ook voor opdraaien of er schuldig voor worden verklaard’ is gebaseerd op het ‘Onuitgegeven Toneelspel’ dat voorafgaat aan Multatuli's Max Havelaar [1860]. Daarin wordt de aangeklaagde Lothario er, ten onrechte, van beschuldigd Barbertje (verkleinwoord van Barbara) vermoord te hebben, waarvoor hij volgens de rechter moet hangen. Multatuli gaf het toneelstuk geen titel mee; aangezien de uitdrukking geen betrekking heeft op de aangeklaagde maar op het vermeende slachtoffer, is het onduidelijk waarom (en vanaf wanneer) het stuk de geschiedenis is ingegaan als ‘Barbertje moet hangen’.
Lit.: M. van Nierop (1968) Wat schuilt er in een naam: De taal waarmee wij leven 6 Hasselt, 132-133; A. Kruijssen e.a. (1994) Huizinga's spreekwoorden en gezegden, Baarn; Stoett 1953, nr. 112

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

Barbertje [meisjesnaam] in de uitdrukking Barbertje moet hangen [het moet en zal gebeuren] {1860} naar het ‘onuitgegeven toneelstuk’ dat aan de Max Havelaar van Multatuli (1860) voorafgaat.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

droogstoppel [saai, vervelend mens] (1860). Eduard Douwes Dekker (1820-1887) publiceerde in 1860 onder het pseudoniem Multatuli zijn boek Max Havelaar, of de Koffij-veilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij, gericht tegen de uitbuitingspraktijken in Nederlands-Indië. Uit dit boek zijn droogstoppel ‘saai mens’ en pak van Sjaalman ‘een bundel papieren met allerhande onverwachte stukken’ spreekwoordelijk geworden. De Max Havelaar leverde het Nederlands nog meer woorden op. Het boek begint als het geschrift van een kleinburgerlijke Amsterdamse koffiehandelaar, Batavus Droogstoppel, die van een mislukte jeugdvriend, Sjaalman genoemd, een pak belangrijke Indische papieren ontvangt. Multatuli laat zijn Max Havelaar voorafgaan door een toneelstukje over de berechting van Lothario, door wie Barbertje zou zijn vermoord. Barbertje blijkt springlevend, maar Lothario moet toch hangen. In het spraakgebruik is hieruit met persoonsverwisseling de formule Barbertje moet hangen ontstaan, die begin twintigste eeuw voor het eerst is gesignaleerd. In de Max Havelaar gebruikt Multatuli met nadruk het naar het Duitse Halbheit gevormde halfheid ‘onbeslistheid, weifeling’, dat mogelijk door hem in het Nederlands is geïntroduceerd. Ook afkomstig van Multatuli zijn de benamingen Insulinde ‘Indonesische archipel’ en de bijnaam voor Nederlands-Indië de gordel van smaragd.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

163. Barbertje moet hangen,

d.w.z. of men onschuldig is, toch wordt men het slachtoffer. Het gezegde is ontleend aan het fragment van een onuitgegeven tooneelspel, dat voorafgaat aan Multatuli's Max Havelaar. Vgl. Het Volk, 13 Sept. 1913 p. 5 k. 4: Dezer dagen zal in den gemeenteraad nog eens ten tooneele worden gevoerd het treurspel H. de Wilt, ofwel ‘Barbertje moet hangen’; p. 6 k. 1: Barbertje zal ten slotte toch moeten hangen...... wanneer althans de Raad zich niet met dat voorstel vereenigt; De Arbeid, 23 Januari 1915, p. 3 k. 4: Barbertje-Liebknecht die sociaal-demokraat is, moet als zoodanig aan de galg van S.W.C. bungelen; Nw. School VIII, 396: Maar Barbertje moest nu eenmaal hangen; Het Volk, 8 Maart 1915 p. 1 k. 2: Als ze zich beklagen, wel dan wordt de vermoorde onnoozelheid uitgehangen en wordt gezucht: Ja, Barbertje moet hangen! (Aanv.) De opmerking moet hier worden gemaakt, dat in het stuk niet Barbertje, maar een ander moet hangen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut