Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

banknotoe - (bedrag van 50 cent)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

bankno’toe (de, -(s)), bedrag van 50 cent*. Van wie is die hond? - Van mij, maar hij is te koop. -()- Wat geef je er voor?- Een banknotoe. - Nee hoor, dat doe ik niet. Vijf banknotoe’s, dan mag je hem (A. de Vries 1957 (4): 14). - Etym.: S. Zie banknoot*. Echter: in 1829 werden een aantal nu niet meer gebruikelijke biljetten ingevoerd waarvan alleen dat met een waarde van 50 cent* in het S de naam ‘banknotoe’ kreeg (C. de Jong in Fontaine 85). - Zie ook: bankoe*.

ban’koe (de, -(s)), (alg. onder jongeren) syn. van banknoot* en banknotoe*: z.a. - Etym.: Vermoedelijk een verkorting van banknotoe.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut