Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bandijk - (rivierdijk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ban zn. ‘straf, in het bijzonder verbanning; betovering’
Onl. in de plaatsnaam Banbrugge ‘Bambrugge (Oost-Vlaanderen)’ [995, kopie ca. 1050; Gysseling 1960, 95]; mnl. ban ‘rechtspraak, rechtsgebied’ [1237; CG I, 35], ‘straf, in het bijzonder verbanning’ [1254; CG I, 54], ‘betovering’ [1276-1300; CG II, Rein.E], ‘plechtige afkondiging’ [1277; CG I, 372], ‘kerkelijke uitsluiting, excommunicatie’, bijv. in Hier om bin ic in des paeus ban [1460-80; MNW-R]; nnl. ‘betovering’ [1863-72; WNT].
Afleiding van het werkwoord bannen, waarvoor zie onder. De betekenis ‘betovering’ is wrsch. in de 19e eeuw opnieuw uit het Duits ontleend.
Os. ban; ohd. ban ‘rechtspraak, straf’ (nhd. Bann ‘ban; betovering’); ofri. bonn, bann ‘rechtsgebied, rechtspraak, straf, schout’ (nfri. ban ‘verbanning, afdeling bij een schutterij, betovering’ [1927]); oe. gebann ‘plechtige afkondiging’ (me. ban ‘plechtige huwelijksafkondiging’ [13e eeuw]; vne. ban ‘verbod’ [1667]; ne. banns ‘huwelijksafkondiging’); on. bann ‘straf, verbod’; < pgm. *banna-. Deze stam is afgeleid van het werkwoord: os. bannan (sterk werkwoord) ‘voor het gerecht dagen’; ohd. pannan, bannan (sterk werkwoord) (nhd. bannen (zwak werkwoord)); nfri. banne (zwak werkwoord); oe. bannan (sterk werkwoord) ‘voor het gerecht dagen, verkondigen’; on. banna (zwak werkwoord) ‘verbieden, verbannen’; < pgm. *bannan- ‘ont-, gebieden’.
Buiten het Germaans verwant met: Latijn fāri ‘verkondigen, voorspellen, spreken’, fāma ‘gerucht, roem’ (waaruit bijv.faam); Grieks phánai ‘spreken’ (zoals in bijv.afasie, → blasfemie, → eufemisme); bij de wortel pie. *bheh2- ‘spreken’. Pgm. *banna- stamt dan wrsch. uit de nultrap met een nasaal achtervoegsel: pie. *bhh2-nu-.
De betekenisontwikkeling moet zijn gelopen van ‘plechtige afkondiging’ via ‘plechtige formule’ en ‘strafformule’ naar ‘straf’; voorts van ‘plechtige afkondiging’ via ‘plechtige formule’ naar ‘bezweringsformule’ en ‘betovering’, en tot slot van ‘afkondiging’ naar ‘allen die onder het rechtsgebied vallen van de overheid die de afkondiging laat doen’ en ‘rechtsgebied’ in het algemeen.
De Germaanse stam is via middeleeuws Latijn bannire ‘verbannen, voor het gerecht dagen’ en bannum ‘rechtsgebied’ (met zijn uit Noord-Italië stammende variant bandum) ook in de Romaanse talen terechtgekomen. In het Nederlands heeft dit gezorgd voor een aantal nieuwe leenwoorden, bijv.banaal en → bandiet.
bannen ww. ‘verdrijven’. Mnl. me salne bannen vte vlaendre ‘men zal hem uit Vlaanderen verbannen’ [1277; CG I, 355]; vnnl. wt den lande ... ghebonden ‘uit het land verbannen’ [1578; WNT]. ♦ bandijk zn. ‘hoge rivierdijk’. Mnl. bandijc ‘dijk die gerechtelijk geschouwd wordt’ [1284; CG I, 763]; nnl. bandijken (mv.) ‘hoge rivierdijken’ [1858; WNT]. Samenstelling van ban in de betekenis ‘rechtsgebied’ en → dijk.
Lit.: R. Reinsma (2000) ‘Ban’, in: OT 69, 29; Sousa Costa 1993, 53-96

EWN: ban zn. 'straf, in het bijzonder verbanning; betovering' (995)
ANTEDATERING: iusticia que dicitur ban 'het rechtsgebied dat "ban" genoemd wordt' [989; ONW]
EWN: ♦ bannen ww. 'verdrijven' (1277)
ANTEDATERING: vordreuen ochte ghebannen 'verdreven of verbannen' [1270; VMNW]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bandijk* [rivierdijk] {bandijc 1284} zo genoemd omdat men zich vroeger voor het aanleggen moest wenden tot het algemeen rechtsgebied, de ban van de heer (vgl. ban1).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bandijk* rivierdijk 1284 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut