Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bambaboom - (boom van de Advocaatfamilie)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

bam’baboom (de, -bomen), (veroud.) onbekende boom behorende tot het genus Octotea (Advocaatfamilie*). Zie Enc.NWI 73 (enige vindpl.). - Etym.: Wellicht is bambahout bij Westeroüen v.M. (1883: 37) dezelfde soort. Volgens deze auteur worden er korjalen* van gemaakt en betreft het Ocotea opifera, maar die soort is in Suriname nog nooit gevonden. Gedacht kan ook worden aan bambapisi*.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut