Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bakzeilhalen - (achteruitkrabbelen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bakzeil halen ww. ‘achteruitkrabbelen’
Nnl. in Haal je ook al bakzeil [1806-07; WNT].
Ontleend aan Engels back a sail [1707], oorspr. een zeemansterm: ‘het zeil zo stellen dat de wind er recht op staat en dus de vaart vermindert’, die later ook figuurlijk gebruikt ging worden. Het eerste lid bleef onvertaald, omdat het werd geïdentificeerd met het eerste lid in → bakboord en → bakstag.

EWN: bakzeil halen ww. 'achteruitkrabbelen' (1806-07)
ANTEDATERING: vnnl. het minne bakseyl halen 'in de liefde niet op zijn stuk blijven staan' [1682; Kuyper, 91]
Later: de aanvaller haalde bakzeil [1793; Marin]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bakzeilhalen [terugkrabbelen] {1806-1807} eig. een scheepsterm, het zeil bak zetten om de gang uit het schip te halen < engels to back a sail, back.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bakzeilhalen ww. vgl. ne. termen als to back a sail ‘het zeil zo stellen, dat de wind recht in het zeil blaast en daardoor de vaart vermindert.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bakzeilhalen ww., ontleend aan eng. zeetermen als to back a sail, to lay it aback “to brace the yard so that the wind may blow directly on the front of the ship and thus retard the ship’s course”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

bakliggen, bakstag, bakzeilhalen ono.w. resp. v. en ono.w., naar Eng. samenst. waarin 1e lid to back = achteruitrekken, denom. van back = rug (z. bakboord).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

bakzeilhalen (Engels to back a sail)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bakzeilhalen terugkrabbelen 1806-1807 [WNT] <Engels

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

144. Bakzeilhalen.

Dit is eigenlijk een scheepsterm en wil zeggen ‘de zeilen tegenhalen; zóó brassen, dat de wind op den voorkant er van inkomt’. De uitdrukking is ontleend aan de Engelsche zeetermen to back a sail, to lay it aback, die door Murray, 1611 aldus verklaard worden ‘to brace the yard so that the wind may blow directly on the front of the ship and thus retard the ship's course’. Vandaar bij overdracht achteruitkrabben, niet op zijn stuk blijven staan. Vgl. het Friesch bakseillûke en zie het Ndl. Wdb. II, 899; Kluge, Seemanssprache, 54-55.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut