Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

baktand - (kies)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

baktand zn. (BN) ‘kies’
Mnl. baectant [ca. 1440; Sterkenburg 1973], bactant [15e eeuw; MNW]; vnnl. backtand [1599; Kil.].
Samenstelling uit mnl. backe ‘wang’ (zie → bakkes) en → tand, zoals ook in Duits Backenzahn; West-Vlaams kaaktand ‘kies’.
Dit woord komt voornamelijk nog in Zuid-Nederlandse dialecten voor.
Lit.: J.L. Pauwels (1931) ‘De bak- of maaltand in de Zuidnederlandse dialecten’, in: HCTD 5, 283-298

EWN: baktand zn. (BN) 'kies' (ca. 1440)
ANTEDATERING: der lewe baectande 'de baktanden van de leeuw' [1380-1400; MNW-P]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

bakstukken, baktand o.meerv. resp. m., samenst. met bak 3.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

baaktand, baktand, bakketsank, bok(s)tand, beuktand, buiktand, zn.: kies, maaltand. Mnl. bactant ‘kies’; Vnnl. baecktanden ‘les dens macheliers’ (Lambrecht), backtand ‘maaltand’ (Kiliaan). Baktand is ook Ovl. en Brabants. Ook D. Back(en)zahn, Ohd. back(o)zan(d); vgl. Wvl. ka(a)ktand. Samenst. met bakke (zie i.v.). - Bibl.: J.L. Pauwels¸ Baktand. Hand. KCTD 5 (1931), 286-292.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

baaktand, baktand, boktand, boektand, buktand, zn.: kies, maaltand. Boktand (ook Ovl.) door ronding o < a na de b < Mnl. bactant ‘kies’. Vnnl. baecktanden ‘les dens macheliers’ (Lambrecht), backtand ‘maaltand’ (Kiliaan). Ook D. Back(en)zahn, Ohd. back(o)zan(d). Samenst. met Mnl. backe ‘kinnebak, wang’. Ook Ohd. backo, Mhd. backe, D. Backe ‘wang’, Mnd. backe. De oorspronkelijke bet. van backe is ‘kinnebak, onderkaak’, vgl. Os. kinibako, Wvl. ka(a)ktand. Backe is verwant met Gr. phagein ‘eten’, zodat het woord eigenlijk ‘eter’ betekent. - Bibl.: J.L. Pauwels¸ Baktand. Hand. KCTD 5 (1931), 286-292.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

boktand, zn. m.: kies, maaltand. Door ronding o < a na de b < Mnl. bactant 'kies'. Vnnl. baecktanden 'les dens macheliers' (Lambrecht), backtand 'maaltand' (Kiliaan). Baktand is ook Brabants. Ook D. Back(en)zahn, Ohd. back(o)zan(d). Samenst. met Mnl. backe 'kinnebak, wang'. Ook Ohd. backo, Mhd. backe, D. Backe 'wang', Mnd. backe. De oorspronkelijke bet. van backe is 'kinnebak, onderkaak', vgl. Wvl. ka(a)ktand. Backe is verwant met Gr. phagein 'eten', zodat het woord eigenlijk 'eter' betekent. - Bibl.: J.L. Pauwels¸ Baktand. Hand. KCTD 5 (1931), 286-292.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

baaktand, baktand, boktand, buiktand kies (Brabant, Limburg, Oost-Vlaanderen). Voor het eerste deel vgl. dial. bakke ↑ ‘wang’ en hgd. backen(zahn) en os. kinibako. De vormen met enkele en met dubbele k gaan op verschillende (wel verwante) grondvormen terug; soms is overigens de korte vocaal door verkorting ontstaan. De ui is gevolg v. volksetymologie.
HCTD V 283 vlg., TNZN IV 1.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut