Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bakkebaard - (baard op of langs de wangen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bakkebaard zn. ‘baard op of langs de wangen’
Nnl. bakkebaarden (mv.) [1839; WNT verbazend].
Ontleend aan Duits Backenbart [18e eeuw]. Het eerste woorddeel komt overeen met mnl. backe ‘kinnebak, wang’, zie → bakkes. Het tweede deel is het zn.baard.

EWN: bakkebaard zn. 'baard op of langs de wangen' (1839)
ANTEDATERING: bakkenbaard [1774; Niebuhr, 65]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bakkebaard [baard alleen op wangen] {1840} < hoogduits Backenbart, eigenlijk ‘wangbaard’ (vgl. bakkes, baard).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bakkebaard znw. m., sedert de 19de eeuw < hd. backenbart (dat eerst in het eind der 18de eeuw opkomt). — vgl. bakkes.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bakkebaard znw., eerst in de 19e eeuw. Uit hd. backen-bart m. (sedert eind 18e eeuw; voor de etymologie zie bakkes), evenals de. bakkenbart, russ. bakenbárdy (verkort: bákeny).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

bakkebaard m., gelijk De. bakkenbart en Ru. bakenbardij, uit Hgd. backenbart, een samenst. met backen = wang: z. kinnebak.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

bakkebaard s.nw. Ook bakbaard.
Baard op die wange.
Uit Ndl. bakkebaard (1840).
Ndl. bakkebaard uit D. Backenbart (einde 18de eeu). Ndl. bakke (nog S.Limburgs) uit D. Backe 'wang'.
Vgl. bakkies, mombakkies.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

bakkebaard (Duits Backenbart)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Bak in bakkebaard, bakhuis bet. wang; vermoedelijk verwant met het Idg. bagh = eten. Bakhuis (platter: bakkes) is een volksetymologie uit bakkens (meerv. van bakke of bakken = wang) en heeft dus met huis niets te maken.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bakkebaard baard alleen op wangen 1840 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut