Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bakermat - (zitplaats voor de baker)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

baker zn. ‘kraamverpleegster’
Vnnl. baker [1699; Arsy], eerder al in de samenstelling bakermoeder ‘kraamverpleegster’ [1631; WNT].
Baker is een verkorting van bakermoeder. Het eerste lid is de stam van het Middelnederlandse werkwoord bakeren ‘koesteren, warmhouden’ [1463; MNW], een afleiding van → bakken 1. Het tweede lid → moeder is weggevallen, zoals ook bij min en → besje (resp. uit minnemoer en bestemoer) gebeurd is.
Alleen Oost-Fries baker ‘id.’; nfri. baker.
De verkorting is gestimuleerd doordat baker- de uitgang -er lijkt te hebben die kenmerkend is voor nomina agentis; een werkwoord baken is hier echter nooit bij gevormd, wel een hypercorrecte vorm baakster [1657; WNT baakster].
Het werkwoord bakeren is nog te herkennen in de bn. (oorspr. verl.deelw.) (bruin)gebakerd, heetgebakerd.
bakerpraatje(s) zn. ‘kletspraat, onzin’. Nnl. bakerpraatjes “dwaze of kwaadsprekende beuzelpraat, zoals van bakers veel werd gehoord” [1898; WNT]. Gevormd uit baker en praatjes, afleiding van → praten, dus ‘echte vrouwenpraatjes, lekenpraat, onzin’. ♦ bakermat zn. ‘zitplaats voor de baker; plaats van oorsprong’. Vnnl. baeckermatt ‘plaats van oorsprong’ [1621; WNT], bakermat ‘zitplaats voor baker met zuigeling’ [1639; WNT]. Gevormd uit de stam van bakeren en → mat 1 ‘kleed’. De letterlijke en de figuurlijke betekenis stonden al in de 17e eeuw naast elkaar; tegenwoordig is alleen de figuurlijke betekenis nog in gebruik.
Lit.: M. Philippa (1993) ‘Balkenbrij’, in: OT 63, 26

EWN: baker zn. 'kraamverpleegster' (1699)
ANTEDATERING: de Baker van dese Kraemvrou [1677; Boekelman, 11]
Eerder al: in de samenstelling Baecker-moer 'baker' [1621; iWNT bakermoer] (EWN: 1631)
EWN: ♦ bakerpraatje(s) zn. 'kletspraat, onzin' (1898)
ANTEDATERING: vooroordeelen en bakerpraatjes [1848; Arnhemsche courant (KB) 4/4]
EWN: ♦ bakermat zn. 'zitplaats voor de baker; plaats van oorsprong' (1621)
ANTEDATERING: leggende in een baecker-mat (over een getransporteerde zieke) [1617; iWNT verkeerd]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

bakermat

Een bakermat is eigenlijk een langwerpige lage mand, ook wel een houten bak, die voor het haardvuur stond en tot zitplaats diende voor de baker, wanneer zij het kind, dat aan haar was toevertrouwd, op haar schoot verzorgde. Een bakermat diende ook voor ziekenvervoer, het was dus een voorloper van de brancard. In zijn toneelstuk ‘Krelis Louwen’ laat Langendijk de dronken boer in een bakermat naar de buitenplaats vervoeren, waar hij als koning zal worden gehuldigd. Bakermat gaat dan ook betekenen: de plaats waar men gebakerd is, geboorteplaats en wordt ook gebruikt voor: de plaats waar een nieuwe gedachte zich het eerst heeft geopenbaard. Men noemt Engeland wel de bakermat der industrie.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

bakermat v., uit den stam van bakeren (zie baker) en mat = lage biezen mand waarin de baker zit.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

bakermat s.nw.
1. Plek van oorsprong. 2. (verouderd) Mandjie of stoel waarop die baker met die kindjie gesit het.
Uit Ndl. bakermat (1621 in bet. 1, 1639 in bet. 2), 'n samestelling van baker en verouderde mat 'mandjie'. Die plek word so genoem omdat dit heenwys na die omgewing waarbinne 'n kind deur 'n baker versorg en opgevoed is.

Thematische woordenboeken

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Bakermat, eig. een lage mand of bak, waarin de baker ging zitten om het kind te helpen; ook wel gebruikt om een zieke te vervoeren; (zoo laat Langendijk in zijn Krelis Louwen den slapenden dronken boer in een bakermat van zijn huis naar een buitenplaats brengen). Bij overdracht de plaats van geboorte of eerste opvoeding van iemand (verg. wieg in een derg. gebruik); dan ook voor de plaats waar een verschijnsel zich het eerst heeft voorgedaan. Vissering, Herinneringen 1, 44: “Dat Engeland... de bakermat is der nieuwere industrieële richting.” Bekend is: de bakermat der vrijheid.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut