Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bakeliet - (harde kunsthars) (als handelsnaam bakelite).

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bakeliet zn. ‘harde kunsthars’ (als handelsnaam bakelite).
Nnl. bakeliet [1908; WNT Aanv.], bakelite [1936; WNT koud I], bakeliet [1937; Verschueren].
Ontleend aan Engels bakelite [1909; OED], maar door de uitvinder zelf in zijn correspondentie een jaar eerder al bakeliet genoemd (WNT Aanv.). Genoemd naar de uitvinder, Leo Baekeland. Het achtervoegsel -iet, corresponderend met Latijn -ita (< Grieks -itēs), wordt in de scheikunde gebruikt ter aanduiding van allerlei stoffen en verbindingen en in de geologie voor namen van gesteenten en ertsen, zie bijv.bauxiet.
Bakeliet werd rond 1909 als eerste volledig synthetische kunsthars in Amerika op de markt gebracht door Leo Hendrik Arthur Baekeland (1863-1944), een Gentse chemicus die zich in Amerika had gevestigd. Het materiaal leent zich door het isolerend vermogen goed voor toepassingen met elektriciteit. Het werd zo populair dat de merknaam Bakelite de algemene aanduiding werd voor harsen van deze soort.
Lit.: Sanders 1993

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bakeliet [harde kunsthars] {1926-1950} genoemd naar de uitvinder ervan, de Vlaamse chemicus Leo Hendrik Arthur Baekeland (1863-1944) + -iet1.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

bakeliet s.nw.
Kunshars wat o.a. in elektriese ware en verf gebruik word.
Uit Eng. bakelite (1909).
Eng. bakelite uit Vlaams bakeliet, met lg. 'n reduksieafleiding met -iet van die eienaam Leo Hendrik Arthur Baekeland (1863 - 1944), chemikus en uitvinder van die kunshars.
Ndl. bakeliet (1926 - 1950).

Thematische woordenboeken

E. Sanders (1993), Eponiemenwoordenboek: Woorden die teruggaan op historische personen, Amsterdam

bakeliet, harde kunsthars
Leo Hendrik Baekeland was buitengewoon slim. Hij werd op 14 november 1863 in Gent geboren als zoon van een schoenmaker een dienstmeid. Op de nijverheidsschool kreeg hij al een medaille voor scheikunde en na een studie van vier jaar promoveerde hij op zijn 21ste tot doctor in de natuurwetenschappen maxima cum laude.
Vijf jaar later besloot Baekeland, tot dan toe docent aan de Gentse universiteit, naar Amerika te emigreren. Daar deed hij zijn eerste grote uitvinding, het zogeheten Velox-papier, het eerste fotopapier dat bij kunstlicht kon worden ontwikkeld. In 1899 kocht de machtige George Eastman, bedenker van de Kodak, Baekelands uitvinding en zijn fabriekje voor één miljoen dollar. Dit stelde de inmiddels tot Amerikaan genaturaliseerde Baekeland in staat in zijn fraaie landhuis aan de Hudson een hypermodern laboratorium te bouwen.
Als student had Baekeland, in navolging van een zekere Baeyer, zich al beziggehouden met de vorming van harsen. In 1905 pakte hij de draad weer op en in 1906 werden de eerste octrooien verleend. Baekeland stelde vast dat door de reactie van formaldehyde op fenol een harde kunsthars ontstond die hitte- en vochtbestendig was en die bovendien elektriciteit slecht geleidde. Hij noemde deze eerste volledig synthetische kunsthars naar zichzelf bakélite en de lezing waarmee hij op 5 februari 1909 zijn werk aan de American Chemical Society presenteerde heette dan ook: ‘De synthese, de samenstelling en de toepassing van bakélite’.
Volgens Baekeland was bakeliet ‘the material of a thousand uses’ en hij kreeg gelijk. De vochtbestendigheid en elektrische isolatiemogelijkheden maakten het ideaal voor radiokasten, tuimelschakelaars, stekkers en contactdozen. Al spoedig produceerde de General Bakelite Company van alles en nog wat, van wekkers tot stoelen tot siervoorwerpen.
Alleen het serviesgoed werd nooit een succes. Door hete dranken kreeg bakeliet een onaangename geur en de bruinzwarte kleur gaf aanleiding tot het gerucht dat bakeliet bestond uit geperst dierlijk afval of huisvuil en dat het dus ongezond was om van te eten.
Daar stond tegenover dat alle andere toepassingen zo’n overweldigend succes hadden dat Baekeland snel fabrieken kon openen in Duitsland, Italië, Japan en Engeland. Bakeliet werd zo bekend dat het, net zoals dat bij maggi (z.a.) zou gaan,van merknaam tot soortnaam werd. De Baekelands werden er intussen steenrijk van. De treurige gevolgen die dit voor latere generaties had, zijn breed uitgemeten in het toneelstuk Bakeliet dat Gerardjan Rijnders in 1987 regisseerde.
Baekeland had met zijn uitvinding eerdere half-synthetische plasticsoorten uit de markt gestoten, zoals het in 1855 door de Brit Alexander Parkes ontdekte Parkesine. Toen hij op 13 januari 1944 stierf, waren de eerste produkten al uitgevonden die op hun beurt het bakeliet zouden verdringen. Zo had de Amerikaanse ingenieur Earl Tupper een plastic ontdekt dat zeer geschikt was om voedsel in te bewaren. Het tupperware werd in 1945 in Amerika op de markt gebracht, en toen in 1962 in Nederland de eerste tupperware-parties werden georganiseerd, waren originele bakelieten voorwerpen al bijna verzamelobjecten geworden.
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bakeliet harde kunsthars 1909 [Sanders 1993]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut