Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bak - (varken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bak 3 zn. ‘varken’
Mnl. baek, bake ‘levend varken’ [1285-86; CG I, 1153], van specke van baec vlesche ‘van spek van varkensvlees’ [1351; MNW-P], baec, bake ‘zijde varkensvlees, zijde spek’ [1479; MNW-P].
Hetzelfde als het Germaanse woord voor rug. Het woord duidde oorspr. alleen het (rug)vlees aan, maar werd later ook gebruikt voor het hele, geslachte varken en uiteindelijk ook het levende dier.
Os. bak, bako ‘rug, spekzijde’; ohd. bah (slechts éénmaal in de combinatie hinter bah ‘van achteren’), bahho ‘rug, ham, spek’ (nhd. Bache ‘vrouwelijk everzwijn’); ofri. bek (nfri. alleen bekling (zn.) ‘rugleuning’, beklings (bw.) ‘ruggelings, achterstevoren’); oe. bæc ‘rug’ (ne. back ‘rug’, zie → back); on. bak (nzw. bak); < pgm. *baka(n)- ‘rug’. Hierbij ook → bakboord.
De Vries (1962) denkt aan verwantschap met: Sanskrit bhañj- ‘buigen, breken’, Litouws banga ‘golf’, Oudiers bongim ‘breken’. Volgens Lloyd/Springer komt het woord echter alleen voor in de Germaanse talen, Oudnoords bakki ‘helling, oever’ < *bank-, pgm. *bak-/*bakn-, pie. wortel *bheg- ‘buigen, welven’ (IEW 107). Indien de oorspr. betekenis ‘gewelfd lichaamsdeel’ is, is het verwant met bak- in → bakkes, in welk geval het een substraatwoord is.
Via het middeleeuws Latijn en het Engels is dit Germaanse woord opnieuw ontleend als → bacon.

EWN: bak 3 zn. 'varken' (1285-86)
ANTEDATERING: eerst als toenaam in filius. arnulfi Bake 'de zoon van Arnolf Bake' [1210; VMNW]
{In het EWN moet bij de eerste attestatie baek geschrapt worden. Alleen bake komt in 1285-86 voor.}
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bak2* [varken] {na 1950} misschien een van de vele varianten van big, maar vgl. ook middelnederlands bake [zij varkensvlees of spek, geslacht varken, levend varken] {1285}, van middelnederlands bac [rug], oudsaksisch, oudnoors bak [rug], oudhoogduits bahho [ham], oudengels bæc [rug] (engels back) → bacon.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut