Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bahamagras - (gras voor gazons)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

baha’magras (het), (veroud.) handjesgras, een oorspronkelijk tropisch Amerikaans gras, thans wijd verbreid en voornamelijk gebruikt voor gazons (Cynodon dactylon, Grassenfamilie*). Beschuitgras* groeit vrij plat op de bodem, kan door het vee goed afgegrazen worden (). Hetzelfde geldt voor Bahamagras (Enc.NWI. 687). - Etym.: Genoemd naar de Bahama-eilanden, waar het o.m. van nature thuis hoort. De naam is niet specifiek SN; ook gebr. in het E van o.m. Guyana en de Bovenwindse Eilanden (Bahama-grass); zie C&L. - Syn.: tigriston*.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut