Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bagatel - (kleinigheid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bagatel zn. ‘kleinigheid’
Vnnl. bagatellen (mv.) ‘prullen’ [1666; WNT zwetsen].
Ontleend aan Frans bagatelle [1548] < Italiaans bagatella ‘kleinigheid, goochelarij’. Misschien komt de Italiaanse vorm voort uit een verkleinwoord van middeleeuws Latijn baca ‘bes’ (waaruit ook → bei). De betekenis zou zich dan hebben ontwikkeld via ‘klein besje’ naar ‘iets onbelangrijks’. Een minder wrsch. etymologie is die uit middeleeuws Latijn baga ‘pak, bundel’, waarbij misschien ook → bagage.
bagatelliseren ww. ‘als een bagatel voorstellen’ [1950; Dale]. Wrsch. ontleend aan Duits bagatellisieren ‘id.’ [1e helft 20e eeuw; Pfeifer], afgeleid van Bagatel ‘kleinigheid’.

EWN: bagatel zn. 'kleinigheid' (1666)
ANTEDATERING: lacht ... Om eenen scheet, een bagatel [ca. 1620; Leugenaer, 13]
EWN: ♦ bagatelliseren ww. 'als een bagatel voorstellen' (1950)
ANTEDATERING: dat het vraagstuk niet gebagatelliseerd zoude kunnen worden [1871; Vereeniging, 22]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bagatel [kleinigheid] {1631} < frans bagatelle < italiaans bagatella [it. muntje van geringe waarde, namelijk een kwart van een quattrino], ook picciolo [kleintje] genaamd < middeleeuws latijn bagatinus < latijn bac(c)a [bes(vormige vrucht)].

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

bagatel

Net als bij hotel en motel ligt bij bagatel het accent op de laatste lettergreep. Dat verraadt de uitheemse afkomst. Het Italiaans heeft bagatella: kleinigheid, nietigheid. Vroeger bracht men dit woord in verband met bagage, een afleiding van laat-Latijn baga: pak, zak. Bagatella zou dan eigenlijk betekenen: pakje. De latere opvatting is dat deze verklaring moet worden afgewezen en dat het Italiaanse bagatella samenhangt met het Latijnse woord baca, Italiaans bacca dat: bes, druif betekent. Daarbij past de betekenis van bagatel beter. Wij verstaan er immers onder: ding van geen betekenis, armzaligheid en ook: geldsom van geringe waarde. Men ziet soms dat erfgenamen ruzie met elkaar maken om een bagatel, een som van niets.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bagatel znw. v. o., komt eerst sedert de 18de eeuw voor en komt evenals nhd. bagatelle (reeds 1611 als pagadelle bekend) < fra. bagatelle < ital. bagatella.

De verklaring uit mlat. baga ‘pak, bundel’ (zie: bagage) is niet waarschijnlijk. Kluge-Mitzka nemen aan samenhang met lat. baca ‘bes’, eig. ‘druif’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bagatel znw., gew. onz. Via fr. bagatelle uit it. bagatella “kleinigheid, goochelarij”, eig. “pakje”, gevormd van baga (zie bagage). Ook in andere germ. talen ontleend.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

bagatel s.nw. Ook bakatel.
1. Nietigheid, kleinigheid. 2. Bordspel waar stokkies as obstruksie dien teen die skiet van balle in gate.
In bet. 1 uit Ndl. bagatel (ongeveer 1720). In bet. 2 uit Eng. bagatelle (1819). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902) in die vorm bakketel.
Ndl. bagatel en Eng. bagatelle uit Fr. bagatelle 'kleinigheid' uit It. bagatella 'muntjie van geringe waarde'.
D. Bagatelle (17de eeu).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

bagatel: 1. “tafelbalspel”; 2. “kleinigheid, nietigheid” (dan bagatel/bakatel); Ndl. bagatel (sedert 17e eeu in bet. 1. en 2.) uit Fr. bagatelle uit It. bagatella (verb. m. Lat. bac(c)a, “bessie”, vgl. bagasse).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

bagatel (Frans bagatelle)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bagatel ‘kleinigheid’ -> Papiaments bagatèl (ouder: bagatel) ‘kleinigheid’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bagatel kleinigheid 1631 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut