Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

badmuts - (hoofddeksel bij het zwemmen)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

badmuts: 1) (jeugdtaal) sufferd; dom persoon. Voor het eerst gesignaleerd door Laps.

… en als je ouderwets badmuts wordt genoemd ben je niet helemaal aangepast. (Playboy, september 1987. Over studenten.)
Na het WK en ook nu nog hoor ik altijd: op die Van Gobbel moet je wel inpraten hoor. Dan denk ik van: waar hebben die badmutsen van Studio Sport het nou over? (Nieuwe Revu, 06/09/1995)

2) iemand met een kaalkop. De vergelijking werd wellicht voor het eerst gebruikt door de komiek André van Duin in een van zijn hilarische shows. Onder mariniers wordt (werd) wel eens geroepen naar een kaal persoon die iets stoms deed: ‘hé badmuts, zeker van het afremmen op het kussen’. In het Amerikaanse slang heeft bald meerdere pejoratieve betekenissen. Onder Amerikaanse scholieren staat het bijvoorbeeld voor ‘slecht’ of ‘verschrikkelijk’. Een baldhead wordt in de drugsscene gebruikt om een ongewenste buitenstaander mee aan te duiden.

Kale knikker. Biljartbal. Badmuts. Die scheldwoorden voor kale of kalende mannen kende Henk Harmsen al. (NRC Handelsblad, 02/11/1990)
Hard en duidelijk: een magere huisgenoot heet ‘de spijker’, een kalende ‘de badmuts’. (Vrij Nederland, 17/05/2003, over Leidse corpsstudenten)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut